header docent master Polymer Engineering

Oud studenten aan het woord

Wat vinden (oud-)studenten van de masteropleiding?

Mathijs Schuttert: 'inspirerend'

Oud-student Mathijs heeft de Rethink Award Duurzame Producten 2019 gewonnen. Dit deed hij met wikkelfolie waarvan de productie een opzienbarend lage CO₂-footprint heeft. De masteropleiding Polymer Engineering had hem hierbij geïnspireerd. 

Lees het nieuwsartikel

Marco van der Scheer: 'Kennis goed toepasbaar'

Als oud-student kijkt Marco positief terug op de tweejarige masteropleiding Polymer Engineering. Hij zegt: “De lesstof was soms best pittig. Vooral het vak reologie met Marco van der Scheer met Q-Bic Plusingewikkelde wiskundige berekeningen kostte mij heel wat hoofdbrekens. Hiermee is het mogelijk de sterkte en levensduur van kunststof materialen te voorspellen. Juist die kennis is goed toepasbaar in mijn huidige werk. Bij Wavin, producent van kunststof buizen en leidingsystemen, moeten onze producten aan hoge kwaliteitseisen voldoen. We vervormen hier polymeren voornamelijk met technieken als spuitgieten en extruderen. In de master kwamen beide technieken uitgebreid aan bod en kon ik mijn kennis ook op dit vlak verdiepen. Ik merk dat ik door de master efficiënter werk.”

Ondergrondse infiltratiesystemen
Gedetailleerd vertelt Marco hoe hij in zijn huidige baan ondergrondse infiltratiesystemen van polymeren ontwerpt om stormwater bij hevige regenval te bergen. Hij verduidelijkt het nut en de noodzaak van het systeem Q-Bic Plus. “In de natuur loopt regenwater via gras en zand het grondwater in. Zoiets wilden we in stedelijk gebied, waar alles betegeld en verhard is, ook bewerkstelligen. Op straat stroomt het regenwater naar een put toe. Om bij extreme buien wateroverlast te voorkomen hebben we onder verhard oppervlak een systeem van kratten ontwikkeld. Zo kan het regenwater, op de plek waar het neervalt, direct wegvloeien in de onderliggende bodemlaag.”

Tekenen en testen
Een groot deel van zijn werkdag brengt Marco achter de computer door, met het ontwerpen en valideren van prototypes. Daarna worden de ontwerpen getest op functionaliteit en levensduur. Hierbij kijkt hij nauwkeurig mee in het testlabtorium hoe de kunststof constructie zich op de lange duur houdt als het wordt blootgesteld aan hitte of druk. Stel dat je het infiltratiesysteem onder een parkeerplaats installeert, dan moet het niet scheuren of knappen onder het gewicht van geparkeerde auto’s. Ook moet het ergonomisch kloppen om het goed te kunnen installeren.

Onderzoek recyclebare kunststoffen
Zijn afstudeeronderzoek voor de master ging over het opwaarderen van gerecyclede polymeren. “Als je kunststof opnieuw verwerkt, moet je rekening houden met degradatie van het materiaal. Daarnaast zijn er nog vele andere factoren die tijdens de levensduur een plastic aan kunnen tasten. Denk bijvoorbeeld aan langdurige blootstelling aan zonlicht. Gebruikte kunststof kun je opwaarderen door er additieve stoffen of polymeren aan toe te voegen en de juiste vormingstechnieken te hanteren. Voor je een product in de markt zet, moet je alle risico’s in kaart brengen en uitsluiten. De overheid stelt veel belang in het recyclen van kunststof. Ook Wavin onderkent de urgentie ervan. Dit onderzoek zet ik nu bij Wavin voort. “Zo blijf je kennis opdoen”, aldus Marco van der Scheer.

Gydo Willemsen: 'Actueel, relevant en direct toepasbaar in mijn werk'

'Ik werk bij het Polymer Science Park in Zwolle. Vanuit de rol als projectleider ben ik inhoudelijk veel met verschillende projecten bezig.'  'Ik heb vanuit de theorievakken ontzettend veel geleerd. En ook het delen van ervaringen met medestudenten was heel waardevol. De aangeboden stof was actueel, relevant en sloot goed aan op het werk in het bedrijfsleven. Ik vind het erg gaaf dat vrijwel alle onderwerpen die tijdens de studie aan bod kwamen, mij hebben geholpen in het uitvoeren van mijn werk.'

Corinne van Noordenne: 'Bredere kennis van kunststoffen'

Corinne van Noordenne ging na haar afstuderen aan HLO Chemie werken bij Akzo Nobel Central Research in Arnhem en later bij Senbis in Emmen. Ze volgde de HBO Master Polymer Engineering voor verbreding en verdieping van haar kennis op het gebied van kunststoffen. Haar afstudeeronderwerp is de afbraaksnelheid van alifatische polyesters in de grond (landbouwplastic) en het beïnvloeden daarvan.

'Het is een uitdagende opleiding die voor een belangrijk deel toepassingsgericht is', zegt zij. 'Ik heb nu een bredere kennis van de kunststoftechnologie, vooral op het gebied van de polymerisatie, kunststofverwerking en composieten. Ik zou de opleiding zeker aanraden voor mensen die in een research-omgeving werken of binnen een productieomgeving ook met onderzoek en productvernieuwing bezig zijn.'

Piet van der Steeg: 'Carrièrestap dankzij Masterstudie'

Piet van der Steeg werkt als praktijkdocent/onderzoeker bij de vakgroep Chemie van Hogeschool Van Hall Larenstein te Leeuwarden. Omdat hij zich wilde blijven ontwikkelen, volgde hij de HBO Master Polymer Engineering. Zijn afstudeeronderwerp is onderzoeken hoe vinylalcohol de thermische en ferro-elektrische eigenschappen van fluorpolymeren beïnvloedt.

'Ik heb in deze opleiding nieuwe kennis ontwikkeld van duurzame polymeren, maar ook geleerd over het gedrag van polymeren onder verschillende omstandigheden, productietechnieken, composieten, 3D printen en experimenten', zegt hij. 'Deze kennis implementeer ik binnen de Hogeschool Van Hall Larenstein. Bovendien ben ik nu betrokken als onderzoeker binnen het lectoraat circulair plastics van de NHL Stenden. Een mooie stap in mijn carrière, die ik heb kunnen maken dankzij de Masterstudie.'

Ivo Vrooijnk: 'Windmolenbladen kunnen stuk lichter’

De kolossale kunststof ‘vleugels’ van moderne windmolens kunnen met minder materiaal worden geconstrueerd. De bladen worden steeds langer (tot bijna 90 meter) en zwaarder (tot 12.000 kilo). Elke kilo besparing is winst, stelt Ivo Vrooijink, de eerste afstudeerder van de master polymer engineering. “En hoe minder de vleugels wegen, des te meer rendement je kunt behalen.” Omdat het technisch bijzonder lastig is een windmolenvleugel uit één stuk te vervaardigen, worden de bladen samengesteld uit losse onderdelen, gemaakt van zogenoemde thermoharders. Deze kunststof wordt in vloeibare vorm toegepast en hardt uit in de vorm die de constructeur wenst. De componenten worden zo aan elkaar ‘geplakt’.

IJzersterk
Ivo Vrooijink, chemicus en laboratoriumbeheerder bij de Universiteit Twente, rondde zijn masterstudie Polymer Engineering bij Windesheim af met een onderzoek naar de kwaliteit van de verbindingen tussen de onderdelen van windmolenbladen. Bij hedendaagse molens bestaan de onderdelen uit thermoharde glasvezels die worden versterkt met polyesterhars. Zo’n samengesteld materiaal heet composiet. Composiet wordt steeds vaker toegepast in de auto-industrie en scheepsbouw, maar je vindt het ook terug in protheses, balkons, deurpanelen, bruggen, fietsen en campers. Boeing bouwt al vliegtuigen die voor de helft uit composiet bestaan. Constructeurs zijn vaak nog onzeker over de sterkte van de verbindingen tussen kunststof onderdelen. Dat komt omdat composieten een betrekkelijk nieuw materiaal zijn, de deskundigheid over de productieprocessen nog beperkt is en er nauwelijks onderzoek is gedaan naar aanhechtingen.

“Bouwers van windmolens gebruiken uit voorzorg meer materiaal dan strikt nodig is. Dat ze een grote veiligheidsmarge aanhouden, is logisch. Je wilt niet dat zo’n gigantische vleugel afknapt.” Vrooijink kon op basis van praktijktests aantonen dat het met de sterkte van de verbindingen wel goed zit. “Als je een vloeibare laag thermoharder aanbrengt op een al eerder uitgeharde plaat, dan treedt er bij die montage spanning en vervorming op. Dat was bekend.”

“Uit mijn tests is gebleken, dat de vervorming kleiner is dan tot nu toe werd aangenomen. Je kunt dus met dunnere en lichtere verbindingen veilige windmolenbladen bouwen. Die worden daardoor goedkoper en je hoeft minder kunststof te hergebruiken. De meeste kunststof wordt nog gemaakt van aardolie, dus hoe minder je er van nodig hebt, des te beter dat ook is voor het milieu.”

Vliegtuigvleugels
Vrooijink hoopt dat zijn bevindingen hun weg vinden naar ontwerpers en bouwers van vliegtuigvleugels. “Windmolenbladen zijn tegenwoordig qua vorm een soort vleugels waarbij de aerodynamische eigenschappen enorm belangrijk zijn voor het rendement. Als je met nauwelijks vervormingen molenbladen kunt construeren, dan geldt dat ook voor vliegtuigvleugels. Hoe dichter je bij hun ideale vorm komt, hoe makkelijker een toestel zal vliegen.”

(Bron: Hogeschoolkrant Win' Windesheim, door Hans Invernizzi)