Studieprogramma

Je ontwikkeling in de eigen onderwijspraktijk tot startbekwaam master voor de competenties ontwerpen, onderzoeken, veranderen en reflecteren staan centraal in onze Master Learning & Innovation (MLI).

De opleiding MLI draagt bij aan de deskundigheid van professionals in het onderwijs om een pro-actieve rol te spelen in het realiseren van onderwijsinnovaties. Het doel van de opleiding is het ontwikkelen van competenties die je inzet om een voortrekkersrol te betrekken in innovatieprocessen op met name micro- en mesoniveau. Na je studie ben je in staat om zowel de inhoudelijke als de procesmatige kant van het innovatieproces te initiëren, ontwikkelen, begeleiden en dit onderzoeksmatig te doen.

Professionele leergemeenschap

In de MLI leer je samenwerken met collega’s binnen en buiten de school op een manier die bijdraagt aan de ontwikkeling van de school als professionele leergemeenschap. Ook studenten en MLI-docenten leren samen. Dit leidt soms tot mooie publicaties. Zie bijvoorbeeld:

Makersonderwijs in het mbo

Onderzoekende houding

Naar aanleiding van vraagstukken uit je praktijk ga je actief op zoek gaan naar kennisbronnen en nieuw conceptueel begrip over je onderwijsuitvoering, je beroepscontext en over jezelf als professional. Je onderzoekende houding zien we als de drager van je vermogen om je professionele leven lang te blijven leren.

Innovatieve leeromgeving

Uitgedaagd door steeds veranderende onderwijskundige, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen wil de MLI een voorbeeldfunctie vervullen voor onderwijsprofessionals en scholen. Het curriculum wordt dan ook deels samen met studenten vormgegeven. De eigen werkpraktijken zijn belangrijk als leeromgeving.

Opbouw studieprogramma

Het studieprogramma ziet er als volgt uit:

 

Thema's en leerlijnen

Het opleidingsprogramma’s heeft 5 modules en 2 leerlijnen.

De modules zijn: 

VEKU (veranderen in het perspectief van leren)

Leren is veranderen en leidt altijd tot nieuw gedrag. Deze module werkt toe naar veranderprocessen die het leren van leerlingen en leraren optimaliseren. Om dat te bereiken is verandering nodig van mens en organisatie. In de module ‘Veranderen in het perspectief van leren’ ligt de focus op leerprocessen. Wat kunnen onderwijsorganisaties doen om die mogelijk te maken en welke veranderingsinterventies kunnen dit ondersteunen?

Concepten, modellen en theorieën over het veranderen van onderwijscontext komen  tijdens de module aan bod. Je gaat met elkaar in gesprek over vragen als: Wat is goed en zinvol onderwijs? Hoe gaat leren in het werk? Hoe kun je leren bevorderen? En welke rol kan een MLI-er hierbij innemen, met welke tools? 

Na deze module kun je een onderbouwde visie formuleren op leren en innoveren in een onderwijssetting. Ook kun je aangeven welke knelpunten en kansen er zijn als het gaat om onderwijsinnovatie in de eigen onderwijspraktijk. De module bestaat uit 5 bijeenkomsten. 

IOVO (innovatief ontwerpen van onderwijs)

In deze module voeren we een verdiepende dialoog over hoe we ons bewuster zouden moeten verhouden tot onderwijs waarin sprake is van een goede balans tussen socialisatie, kwalificatie en persoonsvorming. Dit vraagt om een (veranderende) onderwijsleeromgeving waarin het spanningsveld tussen vakspecifieke en algemene vaardigheden transparant besproken wordt. Een omgeving waarin professionals en leerlingen de ruimte voelen om zich te mogen ontwikkelen tot de beste versie van zichzelf. Een omgeving waarin leren wordt gezien als een sociaal proces. Een omgeving waarin een ieder de vrijheid voelt om vragen te mogen stellen. Een omgeving waarin je creatief mag denken en zijn. 
 
In deze module creëer je in samenwerking met betrokkenen een innovatief ontwerp voor een (toekomstige) onderwijsleeromgeving die de balans, het spanningsveld en de creativiteit toont. Je demonstreert dat je in samenwerking met betrokkenen een innovatief ontwerp creëert voor een onderwijsleeromgeving: je stimuleert daarbij de onderzoekende houding van leraren, leerlingen/studenten, experts en andere betrokkenen. Daarbij wordt duidelijk dat je de relatie legt met missie, visie en doelen van de praktijkcontext. De relatie tussen analyse en ontwerp is op masterniveau onderbouwd.

BVO (begeleiden van onderwijskundige veranderingen)

Het begeleiden van veranderingen binnen scholen lijkt simpel; alleen het team moet nog mee. Maar dat blijkt vaak nog een hele uitdaging. Daarom gaat deze module over het begeleiden van veranderingen en hoe je dit kunt succesvol kunt doen. We analyseren groepsprocessen en je leert over verschillende interactieprocessen in teams. Hoe ga je om met verschillen in teams? En wat zijn voor een begeleider van groepsprocessen, effectieve interventies?

Het gaat in deze module niet om theorie alleen, maar ook om reflectie. Hoe zit het met jou? Wat is jouw voorkeursrol binnen veranderprocessen, ben je liever de expert of juist de procesbegeleider? Wat is jouw focus? Wat zijn jouw aannames? Je wordt je bewust van je eigen voorkeur voor bepaalde interventies en begrijpt waardoor dit komt. Zodat je straks andere keuzes kunt maken. Je handelingsrepertoire in het begeleiden van teams bij onderwijsveranderingen wordt hierdoor groter en rijker.

Je reflecteert tijdens deze module op twee beeldopnames van jezelf als begeleider van onderwijsveranderingen. In een verslag beschrijf en analyseer je je rol. En je legt de link met literatuur.

LERICT (Leren met ICT) 

Als leraar krijg je steeds nieuwe informatie over de vele ICT-toepassingen die invloed kunnen hebben op het leren van je leerlingen/studenten en op het  pedagogisch -didactisch handelen van leraren. Welke keuze wil je maken en waar baseer je deze keuze op? En wat is er nodig om tot zinvolle implementatie te komen? Van leraren wordt verwacht dat zij beredeneerde keuzes maken om nieuwe technologieën verantwoord in te zetten.

Allereerst betekent het inzetten van onderwijstechnologie dat we nadenken over duurzaam leren. Hoe bevorderen we duurzaam leren met didactieken waarin ict een rol speelt? Deze module draait om het leren nemen van beslissingen over de inzet van onderwijstechnologieën op basis van drie ijkpunten: duurzame verandering, transfer en rijke verbindingen. Daarbij komen didactische principes aan de orde die een rol spelen bij je keuze voor specifieke ICT-toepassingen. Ook worden voor- en nadelen van ICT-toepassingen en implementatie-perikelen geïnventariseerd en besproken.

In de actuele onderwijskundige opvattingen en inzichten over leren is een ding duidelijk. Leren doe je niet alleen en leren gaat beter als we dit contextgebonden doen. Technologie kan ons daarbij helpen. Je gaat uitzoeken hoe je verschillende niveaus van leren kunt bevorderen door middel van technologie.

PKO (jaar 2; projecten en kwaliteit in onderwijsorganisaties)

Het onderwijs zit in een glibberig spagaat. Enerzijds is de school verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs en anderzijds moet de school verantwoording afleggen in een cultuur van meten die weliswaar veel data genereert, maar niet altijd tot weten leidt.

In deze module wordt je uitgedaagd om vanuit een eigen, doordachte visie op onderwijskwaliteit te bepalen welke gegevens nodig zijn om de kwaliteit van de school zichtbaar te maken. Je leert de kwaliteitszorg van de eigen organisatie op waarde te schatten. In het tweede deel van de module staat projectmatig creëren centraal. Hoe vertaal je een probleem of een doelstelling naar een uitdagend en uitvoerbaar project? Hoe overleeft een project de hectiek van elke dag in een school en hoe kunnen projectresultaten geborgd worden? En hoe heeft dat alles te maken met de kwaliteit van het onderwijs?

Deze module legt een basis waarop je vanuit een onderbouwde visie op onderwijskwaliteit een bijdrage kunt leveren aan de kwaliteitszorg in de eigen organisatie. Bovendien leer je een onderwijsvernieuwing projectmatig vorm te geven.

Wat wordt er van jou verwacht? Je gaat onderzoek doen naar de inhoud en opzet van de kwaliteitszorg in je eigen organisatie. Op basis van de analyse formuleer je conclusies en aanbevelingen. Vervolgens schrijf je samen met medestudenten een projectplan met als doelstelling het verhogen van resultaten op een bepaald gebied dat vanuit het waarderingskader van de inspectie of het accreditatiekader achterblijft en verbetering behoeft. Op basis van literatuur en analyse onderbouw je de gemaakte keuzes in het projectplan. Met je projectteam presenteer je het projectplan bondig en overtuigend. Je reflecteert in een schriftelijk verslag op je competentieontwikkeling en hebt hierbij specifiek aandacht voor de samenwerking tijdens de module.

De twee leerlijnen zijn:

Onderzoeksleerlijn

In het eerste jaar is de onderzoeksleerlijn verweven met de modules. Je ontwikkelt zo je competenties voor het uitvoeren van  kleinschalig praktijkgericht onderzoek. Vanaf het tweede jaar pas je deze competenties toe in je masterproject. In je masterproject  focus je  op kennisconstructie, professionalisering of innovatie. Je scope daarbij is onderwijsverbetering in je eigen context en/ of daarbuiten. Door een accent te kiezen houd je je masterproject haalbaar.

Integrale ontwikkellijn/Innolabs

In de  integrale ontwikkellijn verbind je  theorie en praktijk. De studiecoach begeleidt je en is jouw aanspreekpunt. Persoonlijke leervragen en actuele casuïstiek uit de praktijk staan centraal in jouw ontwikkeling, jouw professionele identiteitsontwikkeling.  Je gaat er op uit om in de praktijk met concrete vraagstukken aan de slag te gaan, ook praktijken die buiten jouw eigen (school)organisatie vallen. Je ontwikkelt  een persoonlijke professionele praktijktheorie waarbij het  accent in het eerste jaar ligt op je rol als inhoudelijk expert. In het tweede jaar ligt het accent op je rol als initiator en begeleider van leren van jouw doelgroep, jouw team en jouw organisatie. Deze rolontwikkeling is verweven met je masterproject.

Competentiegerichte toetsing en beoordeling

Jouw vorderingen houd je bij in een digitaal portfolio waarover je tijdens het competentie-examen verantwoording aflegt. Aan het begin en einde van het tweede jaar heb je een competentie-examen. Dit is een integraal assessment dat wordt afgenomen door assessoren van de opleiding en uit de beroepspraktijk. Zij beoordelen de door jouw verzamelde competentiebewijzen in samenhang met elkaar. Daarvoor baseren ze zich onder andere op je digitale portfolio en een criteriumgericht interview. Elk te beoordelen product beoordelen we aan de hand van een integraal en competentiegericht beoordelingsformulier. Je kunt dit formulier ook gebruiken voor zelfbeoordeling, peer assessment en 360-gradenfeedback. 

Masterproject

In het tweede jaar staat je masterproject centraal. Je voert een praktijkgericht onderzoek, professionaliseringsproject of innovatieproject uit in je eigen schoolpraktijk. Dat kun je individueel doen maar ook samen in een thematische onderzoeksgroep. Je kunt bijvoorbeeld kiezen voor onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van leraren bij de implementatie van ondernemend leren op schoolniveau. Je kunt ook denken aan een masterproject waarin je leraren schoolt in het geven van ontwikkelingsgerichte feedback en je onderzoekt wat het effect is van de scholing op hun handelen. Of je denkt aan een project waarin het gebruik van technologie als ondersteuning voor het leren van studenten het onderwerp is. Wat je ook kiest, uitgangspunt is dat het relevant is voor je eigen praktijk en dat je leidinggevende en collega’s er actief bij betrokken zijn.

Titel

Na afronding van de opleiding heb je de wettelijke graad Master of Education. De titel wordt afgekort tot MEd en achter je naam gezet.