Naar cookie instellingen Hoofdinhoud Hoofdnavigatie

Pabo-route jonge kind: ‘Knowhow over jonge kind is ontoereikend’

    17 februari 2021
Home / Pabo route jonge kind Knowhow over jonge kind is ontoereikend

Pabo-docent Els van der Houwen stond aan de basis van het pilotinitiatief ‘pabo-route jonge kind’. Een gesprek met haar vormt deel 1 in een korte serie over de ontwikkelingen rond de pabo bij Windesheim in Almere.

Els van der Houwen: ‘Ik heb als directeur van een basisschool aan den lijve ondervonden wat de afschaffing van de kleuterschool betekende. Ik merkte dat de kennis van het jonge kind sterk afnam. Toen ik in het hbo ging werken wilde ik daar iets aan doen. Om een stevig huis te krijgen moet je eerst de fundering in orde maken.’

De pabo staat in het centrum van de belangstelling. Vanuit de politiek is al geruime tijd de roep hoorbaar haast te maken met een definitieve tweedeling in een pabo-oude en een pabo-jonge kind. Beide met een eigen diploma. De bedoeling daarvan is om de opleiding aantrekkelijk te maken voor jongens en zo meer mannen voor de klas te krijgen. Een wetsvoorstel hierover ligt klaar. Els van der Houwen aan het werk
In het werkveld spelen andere overwegingen om een eventuele scheiding aan te brengen in het curriculum. Daar wordt veeleer de noodzaak gevoeld meer ontwikkelingskennis over het jonge kind terug in de opleiding te brengen. Ook het groeiend aantal kinderen dat op jonge leeftijd een taalachterstand oploopt, vormt de voedingsbodem voor een pleidooi vanuit het werkveld voor meer aandacht voor het jonge kind. Bovendien stellen docenten vraagtekens bij de ‘harde knip’, ofwel een eigen diploma voor de afzonderlijke leerroutes.

Einde van de kleuterschool

Om te begrijpen waar de behoefte aan een speciale paboroute jonge kind vandaan komt, neemt Els van der Houwen ons mee terug in de tijd. Een belangrijk jaar was 1985, omdat in dat jaar de toenmalige nieuwe Wet op het Basisonderwijs een streep trok door het zelfstandige kleuteronderwijs. De kleuterschool waar kinderen van 4 tot 6 jaar (niet verplicht) onderwijs kregen, werd toen samengevoegd met de lagere school tot de basisschool.

De samenvoeging was ook voelbaar bij de opleiding tot kleuterleidster (Kleuter Leidster Opleiding School, KLOS) die feitelijk ophield te bestaan en werd samengevoegd met de kweekschool waarna ze gezamenlijk verder gingen onder de naam pedagogische academie voor basis onderwijs (pabo). Op de pabo werd ingezoomd op de ononderbroken leerlijn en was er sprake van een algemenere benadering van het kind. Het jonge kind kreeg vanaf 1985 naar verhouding minder aandacht dan voorheen.

Een generatie zwaait af

Hoewel studenten zich op de meeste pabo’s konden specialiseren in het jonge kind, is er gedurende al de tussenliggende jaren een roep geweest – soms op fluistertoon, soms wat luider – die pleitte voor een specifieke en uitgebreide leerroute. De laatste jaren kwam daar nog een dimensie bij: de meeste leden van de generatie die is opgeleid tot kleuterleidster, zwaait deze en komende jaren af. De toenemende zorg over het wegvallen van juist die specifieke expertise deed Els van der Houwen, docent aan de pabo in Almere, besluiten om een aanvraag in te dienen voor een pilottraject gericht op specialisatie in het jonge kind. Tot haar verrassing werd deze aanvraag gehonoreerd en mocht de pabo van Windesheim in Almere deze leerroute vorm geven.  

‘In Almere waar ik ben betrokken als docent van de Ad Pedagogisch Educatief Professional (PEP) en de pabo, heb ik gemerkt dat de zorg over het jonge kind terecht is. Almere kent stadsproblematiek en kinderen hebben, vergelijkbaar met de situatie in de grote steden, vaker een taalachterstand dan elders in het land. Die taalachterstand bij jonge kinderen is naast het wegvallen van de expertise van de KLOS-generatie een tweede aanleiding voor de oprichting van deze pilot. Want de vraag is: hoe ga je die jonge kinderen begeleiden? De begeleiding van de PEP-studenten was voor mij een eyeopener. Deze studenten maken kennis met andere vormen van opvang en begeleiding van kleuters, zoals de voorschoolse opvang en kinderopvang en leren daardoor goed te communiceren met de hele keten.’

Pilot pabo-jonge kind

De mogelijkheid die er is op de huidige pabo om je als student in het derde jaar te specialiseren in de onder- of bovenbouw, is volgens Van der Houwen niet toereikend. ‘Studenten die nu de route jonge kind-pabo volgen, lopen veel meer stage in de onderbouw dan de reguliere pabo-studenten. Het gehele eerste jaar lopen ze stage in de onderbouw en in het tweede jaar een half jaar in de bovenbouw. Daarbij krijgen ze een coach die hen begeleidt bij de vaardigheden die ze daarvoor nodig hebben. In het derde jaar is er nog een switch in het programma mogelijk van onderbouw naar bovenbouw. Ze zijn dus van het begin af aan veel intensiever bezig met jonge kinderen, maar krijgen wel een volwaardigEls in de speelwerkplaats pabo-diploma. Juist die brede bevoegdheid vinden we heel belangrijk.’

Kleutertijd: een aparte fase

Van der Houwen zegt niet terug te willen naar de kleuterleidster van weleer. ‘We willen basisschoolleerkrachten opleiden die veel meer knowhow hebben van de laagste groepen in de basisschool en daarom besteden we veel aandacht aan de ontwikkelingspsychologie van jonge kinderen. De kleuterleeftijd is een aparte fase waarin kinderen veel leren via spel. Hoe de omgeving in de klas eruit ziet, is daarom heel belangrijk. We laten studenten dan ook graag in hun comakership onderzoek doen naar bijvoorbeeld de invloed van een bouwhoek op de cognitieve ontwikkeling. Een bouwhoek neerzetten is één ding maar belangrijker is wat jouw rol als leerkracht is om het spel van de juiste kwalitatieve impulsen te voorzien.’

Observeren

Het leren observeren van kinderen is volgens de initiatiefnemer van de pilot een belangrijk onderdeel van de kennis. Studenten moeten leren handelingsgericht te observeren. In de buurt Stedenwijk hebben we in een basisschool een lokaal tot onze beschikking, we hebben dat ingericht als  speel-werkplaats. Het lokaal vormt een rijke leeromgeving waar inspiratiebijeenkomsten georganiseerd worden voor onze studenten en andere belangstellenden. Het is een soort Field lab waar we ter plekke kunnen leren observeren.’

Tekorten

Volgens Els van der Houwen zijn de oplopende tekorten in het onderwijs een langdurig probleem. Er zijn volgens haar veel factoren die daar debet aan zijn zoals de instapeisen voor de pabo en de reken- en taaltoets in jaar 1. Er is naar haar mening verder onderzoek nodig naar de oorzaken. Een gunstige ontwikkeling ziet zij in de verrijking van het onderwijsveld met de instroom van veel enthousiaste zij-instromers: een waardevolle dimensie in de scholen. Een strikte scheiding tussen een pabo-jonge kind en pabo-oude kind zoals de politiek voorstaat zal volgens haar geen rol spelen bij het aantrekken van meer mannen en jongens. ‘Dat jongens niet voor de klas in de onderbouw willen staan is gebaseerd op een aanname. Het aantrekken van meer mannen in het onderwijs is voor mij dan ook geen doel als zodanig maar veel eerder een onderdeel van een veel bredere kwaliteitsimpuls.’

Lees ook deel 2 waarin twee studenten vertellen over hun ervaringen met de pabo-route jonge kind

Lees ook deel 3 waarin een interview met opleidingsmanager Helprich ten Heuw   

Delen via:

Vragen over dit nieuwsbericht?

Stel ze aan de Newsroom via newsroom@windesheim.nl

Persvragen?

Stel ze aan Jorieke van 't Klooster
Woordvoering

Laatste nieuws

Cookie instellingen

Windesheim maakt gebruik van functionele en analytische cookies om het gebruik van de website te optimaliseren. Daarnaast maken we gebruik van cookies voor marketingdoeleinden. Hiermee kunnen we je gedrag volgen op websites. Als je op 'accepteer alle cookies' klikt, geef je hiervoor toestemming. Klik op 'stel je persoonlijke voorkeuren in' om aan te geven welke cookies je accepteert. Lees ons cookiestatement voor meer informatie.


Stel je persoonlijke voorkeuren in