Wat de stad leert van een geit
Wat gebeurt er als je een park niet bekijkt vanuit het perspectief van een wandelaar, fietser of spelend kind, maar vanuit dat van een geit? Of vanuit een plant die ergens probeert te groeien? Voor onderzoeker Giulia Gualtieri van het lectoraat Urban Innovation is dat geen poëtische gedachte, maar het vertrekpunt van haar promotieonderzoek naar multispecies design.
“Architectuur en stedenbouw zijn traditioneel heel mensgericht”, vertelt Giulia. “In mijn opleiding als architect leerde ik vooral ontwerpen voor mensen. Maar mensen zijn niet de enige bewoners van een plek.” Dat besef wordt steeds urgenter. Klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en de toenemende druk op stedelijke ruimte laten zien dat ook dieren, planten en ecosystemen een plek nodig hebben in hoe we onze leefomgeving inrichten.
In haar promotieonderzoek onderzoekt Giulia hoe ontwerpers, beleidsmakers en bewoners anders kunnen leren kijken naar de stad. Wat gebeurt er als een geit, klimplant of vogel niet alleen onderdeel is van de omgeving, maar ook invloed krijgt op de manier waarop die omgeving haar vorm krijgt?
Het gras is niet altijd groener bij de buren
Veel steden investeren in groen. Bomen zorgen voor verkoeling, parken maken buurten aantrekkelijker en natuur draagt bij aan gezondheid en welzijn. Dat is belangrijk, maar volgens Giulia is het niet genoeg. “Bij multispecies design gaat het niet alleen om wat natuur voor mensen doet. Het gaat ook om wat dieren, planten en ecosystemen zelf nodig hebben.”
Natuur is dus niet alleen nuttig omdat mensen er baat bij hebben. Een boom, bij of vogel is geen decor in de stad, maar een medebewoner. Soms zelfs een medeontwerper. Dat vraagt om een andere houding. Minder controleren, meer observeren. Minder vooraf invullen, meer ruimte laten voor wat zich ontwikkelt. “We nemen vaak aan dat we weten wat goed is voor de natuur”, zegt Giulia. “Maar eigenlijk weten we heel veel niet. Daarom moeten we nieuwsgieriger en bescheidener worden.”
Een strak gemaaid grasveld kan er voor mensen goed uitzien, maar voor insecten en kleine dieren betekent het vaak dat hun leefruimte verdwijnt. Dat heeft effect op biodiversiteit en uiteindelijk ook op grotere systemen, zoals landbouw en voedselvoorziening. “Ontwerp en beheer zijn niet neutraal”, zegt Giulia. “Ze bepalen mede welke soorten ergens kunnen leven.”
Onderzoek vanuit kikvorsperspectief
Bij Kinderboerderij De Beestenbende in Almere Buiten onderzoekt Giulia hoe multispecies design er in de praktijk uit kan zien. Het lijkt een plek voor dieren, maar de inrichting en het gebruik zijn vooral afgestemd op mensen. Kinderen komen er dieren aaien, buurtbewoners maken er een wandeling en vrijwilligers verzorgen de dieren. “Maar er gebeurt natuurlijk veel meer. De kinderboerderij is de leefomgeving voor boerderijdieren, maar ook voor wilde dieren zoals vogels, bijen, mollen en natuurlijk planten.”
Sinds oktober 2025 organiseert Giulia workshops en co-creatiesessies met experts en de lokale gemeenschap, waarbij ook de niet-menselijke bewoners van de plek worden meegenomen. Deelnemers worden uitgenodigd om de kinderboerderij en de wijk eromheen met andere ogen te bekijken. Niet alleen vanuit de vraag wat mensen er kunnen doen, maar ook: wie leeft hier al? Welke geluiden horen we? Welke planten groeien hier? “Bij de kinderboerderij zijn er bijvoorbeeld twee ezels. Maar één van de twee vindt het goed als eksters zijn haren gebruiken om nesten te bouwen,’ vertelt Giulia. “Zulke interacties maken zichtbaar dat een plek door veel meer soorten wordt gevormd dan alleen door mensen.”
Ook tijdens georganiseerde wandelingen ontstaan nieuwe inzichten, zo hoorde een vrijwilliger vogelgekwetter en merkte op dat er waarschijnlijk een nest op het dak zat. “Als iemand dat niet had gezegd, had ik het niet geweten”, zegt Giulia. “En iemand anders zag overal look-zonder-look groeien. Dat is een plant die overal in Nederland groeit en smaakt als knoflook!” Lokale kennis speelt een belangrijke rol in haar onderzoek, omdat niet alleen ontwerpers of ecologen iets weten over een plek. Ook vrijwilligers, kinderen, buurtbewoners en andere gebruikers zien dingen die anders verborgen blijven.
Ontwerpen met poten in de modder
Tegelijk onderzoekt Giulia hoe je nog een stap verder kunt gaan dan alleen de natuur opmerken: Want hoe geef je soorten die niet kunnen spreken toch een plek in ontwerp en besluitvorming? “Dit is hét moment om hiernaar te kijken, want De Beestenbende is toe aan vernieuwingvernieuwd.” De inrichting stamt uit de jaren negentig. Dat maakt de kinderboerderij interessant als praktijkcasus: hoe kun je zo’n plek opnieuw doordenken als ontmoetingsplek voor meerdere soorten tegelijk? Dat doet ze niet door namens de natuur te spreken, maar door beter te kijken naar wat dieren en planten doen.
Giulia verkent hoe dieren en planten daadwerkelijk invloed kunnen krijgen op ontwerp door gras bijvoorbeeld niet meteen te maaien, maar te kijken hoe geiten het terrein bijhouden. Waar grazen ze graag? Welke plekken laten ze met rust? Welke routes ontstaan vanzelf? Op die manier kunnen dieren mede bepalen hoe het landschap zich ontwikkelt.
“We willen ook meubels maken voor de geiten die ze zelf kunnen verplaatsen”, vertelt Giulia. “Daarmee bepalen ze niet alleen hoe ze de ruimte gebruiken, maar veranderen ze die ruimte ook actief. En daar kunnen we van leren.” Een ander voorbeeld zou ook een constructie kunnen zijn waar klimplanten tegenop kunnen groeien, zonder vooraf precies vast te leggen hoe die eruit moet zien. “Ik geef een plant of dier ruimte om mee te ontwerpen door de setting neer te zetten, maar hen te laten bepalen wat ermee gebeurt. De mens geeft een startpunt, maar de natuur bepaalt de uitkomst.”
In de stad wortelen
Deze manier van stedelijke ontwikkeling vraagt om nieuwe vaardigheden. Normaal draait het vaak om planning, snelheid en meetbare resultaten. “Maar de natuur werkt anders. Groei, seizoenen, rust en verval horen erbij. Wie met natuur ontwerpt, moet soms wachten, observeren en meebewegen,” ziet ze.
Een stad waarin natuur ruimte krijgt om impact te maken, is dus niet simpelweg een stad met meer groen. Het is een stad waarin mensen samen zijn met wat er ook leeft, groeit, kruipt, graast en nestelt. Volgens Giulia kunnen we daarbij veel leren. “Dieren, planten en ecosystemen hebben zich over duizenden jaren aangepast aan hun omgeving. In die processen zit veel kennis besloten over samenwerken, veerkracht en omgaan met verandering.”
Met haar promotieonderzoek, dat ze eind 2027 afrondt, werkt Giulia toe naar ontwerpstrategieën, tools en kennis die ontwerpers en beleidsmakers helpen om dieren, planten en ecosystemen vanaf het begin ruimte te geven in stedelijke ontwikkeling. Geen vaste handleiding die overal hetzelfde werkt, want daarvoor verschillen plekken, soorten en gemeenschappen te veel van elkaar. “Door beter te kijken naar hoe andere soorten leven en reageren op hun omgeving, kunnen ontwerpers, beleidsmakers en architecten nieuwe inzichten opdoen voor de inrichting van de openbare ruimte. Dat begint bij nieuwsgierig zijn.”
Vragen over dit nieuwsbericht?
Stel ze aan de Newsroom via newsroom@windesheim.nl(opent in nieuw tabblad)
Neem contact met ons op
-
Bereikbaarheid
Op werkdagen tussen 09.00 en 17.00 uur