Bouwen aan sterke sociale relaties tussen jongeren
Steeds meer jongeren voelen zich onzeker, eenzaam of trekken zich terug. Dat heeft serieuze gevolgen voor hun mogelijkheden om te floreren. Vooral jongeren in het vmbo, mbo en voortgezet speciaal onderwijs blijven in onderzoek en beleid vaak onder de radar, terwijl juist zij regelmatig te maken hebben met kwetsbare sociale netwerken en een grotere kans op uitval. Om hier verandering in te brengen is het onderzoeksproject STRONGER2GETHER (S2G) gestart. Dit is een grootschalige samenwerking waarin jongeren, professionals en onderzoekers sámen werken aan het versterken van positieve sociale relaties.
Op dinsdag 13 januari was de aftrap van het project bij hogeschool Windesheim in Almere; een bijeenkomst met meer dan 40 partners uit onderwijs, jeugdzorg, sport, beleid en wetenschap én een afvaardiging van de jongeren zelf. De aanwezigheid van jongeren is essentieel: zij zijn vanaf het begin mede-ontwerper van de oplossingen die het project gaat ontwikkelen. Het project wordt geleid door lector Chiel van der Veen en onderzoeker Marie-Jeanne Meijer van het lectoraat Urban Care & Education van hogeschool Windesheim.
Investeren in sterke sociale relaties
Veel jongeren hebben moeite om zich verbonden te voelen. Ze ervaren stress, eenzaamheid, onzekerheid of somberheid. De pedagogische omgevingen waarin zij leven en leren zijn niet altijd stimulerend voor het opbouwen van positieve sociale relaties. Tegelijk toont onderzoek aan dat positieve sociale relaties een beschermende werking hebben op mentale gezondheid. Marie-Jeanne: “Het gaat dan bijvoorbeeld over vriendschappen, steun van leeftijdsgenoten of een andere veilige groep. STRONGER2GETHER richt zich daarom niet op individuele problemen, maar op het versterken van de sociale omgeving waarin jongeren kunnen floreren.”
Praktische handvatten voor professionals
Het doel van het project is om een brede waaier aan tools te ontwikkelen die professionals in onderwijs, jeugdzorg, sport en wijkteams helpen om:
- positieve relaties tussen jongeren te versterken;
- sociale veiligheid en inclusie te bevorderen;
- bij te dragen aan het mentale welzijn en de veerkracht van jongeren.
De aanpak wordt toepasbaar gemaakt in alle omgevingen waar jongeren veel tijd doorbrengen: op school, in de buurt, in de sportcontext en online.
Samen met jongeren vanaf dag één
Een belangrijk uitgangspunt is dat oplossingen niet vóór jongeren, maar met jongeren worden ontwikkeld. Chiel: “Jongeren hebben een enorme bron van wijsheid en creativiteit. Wanneer we hen serieus nemen als mede-ontwerpers, bouwen we niet alleen aan sterkere sociale relaties, maar ook aan een samenleving waarin iedere jongere zich gezien en gehoord voelt.” De jongeren doen daarom actief mee als mede-onderzoekers in twee soorten werkomgevingen:
- Research & Development Communities (RDC’s) Dit zijn kleine groepen van ongeveer twintig deelnemers: minimaal tien jongeren, aangevuld met professionals die zij zélf aanwijzen. Denk bijvoorbeeld aan docenten, begeleiders, sporttrainers. In deze RDC’s worden veelbelovende interventies bedacht, herontwikkeld of aangepast aan de eigen school- of wijkcontext. De betrokken jongeren bepalen mede wat werkt en wat niet.
- Living Labs Dit zijn real life omgevingen in met name de school maar ook buurt of sportvereniging, waar interventies op grotere schaal worden getest en verder verfijnd. Living Labs bieden ruimte om in de dagelijkse praktijk te zien wat de aanpak oplevert, en hoe deze nog beter kan aansluiten bij jongeren.
Samen vormen RDC’s en Living Labs een continu proces van ontwerpen, testen en verbeteren. Dit type onderzoek vraagt ook om creatieve onderzoeksmethodes die aansluiten bij de belevingswereld en taalgebruik van jongeren. Chiel: “Die creatieve aanpak heb je nodig om juist deze groep jongeren actief als mede-onderzoeker in te zetten. Ook ontwikkelen samen met professionals materialen die een creatieve vorm krijgen. Zo zijn we van plan om bijvoorbeeld een documentaire te maken met gesprekskaarten.
Tekst gaat verder onder de afbeelding

Uniek in opzet en samenwerking
Binnen het project staat de praktijk centraal en kennis wordt direct ontwikkeld mét degenen die ermee werken. Meer dan veertig partners doen mee, waaronder scholen, gemeenten, jeugdzorgorganisaties, sportverenigingen en onderzoekers uit verschillende disciplines. Door onderzoek, praktijkervaring en de stemmen van jongeren te combineren, wil S2G een stevige bijdrage leveren aan een toekomst waarin alle jongeren zich gezien voelen, erbij horen en kunnen floreren. Het onderzoek wordt de komende 6 jaar gefinancierd met een subsidie van 6,9 miljoen euro, toegekend vanuit de programmalijn Onderzoek op Routes door Consortia (ORC) van de Nationale Wetenschapsagenda.
Vragen over dit nieuwsbericht?
Stel ze aan de Newsroom via newsroom@windesheim.nl(opent in nieuw tabblad)
Neem contact met ons op
-
Bereikbaarheid
Op werkdagen tussen 09.00 en 17.00 uur