Naar cookie instellingen Hoofdinhoud Hoofdnavigatie

Kees Klomp: ‘zelfs niets willen veranderen vergt actie’

  • 31 maart 2026
Banner image
  1. Home(opent in nieuw tabblad) /
  2. Nieuws(opent in nieuw tabblad) /
  3. Kees Klomp: ‘zelfs niets willen veranderen vergt actie’

Kees Klomp werd twee en een half jaar geleden uitgenodigd om in de rol van programmamaker Agency bij Windesheim studenten in beweging te krijgen. Hoewel de noodzaak om de economische samenleving en het gerelateerde onderwijs met andere ogen te bekijken hbo-breed wordt gevoeld, is Windesheim vooralsnog de enige hogeschool die een aanjager aanstelde om een paradigmawisseling op gang te brengen. Een gesprek met Kees Klomp.

Kees Klomp is een druk man, naast activist en programmamaker Agency is hij schrijver en hij legt op dit moment de laatste hand aan een dik boekwerk van ruim 500 pagina’s. Daarin staan bijdragen van essayisten en wetenschappers over de in zijn ogen noodzakelijke ecologische benadering van de economie en samenleving. Tegelijkertijd maakt hij een boek met en over maatschappelijk geëngageerde studenten van Windesheim én is hij net gestart met het schrijven van een boek over de gemeenschapseconomie.    

Wat drijft jou als schrijver?

‘We leven in een economische samenleving en ik wil laten zien dat er een alternatief is. Het boek dat ik net ben gestart over de gemeenschapseconomie, met de dag relevanter als je het mij vraagt gezien de geopolitieke onrust in de wereld, wordt een soort stripboek: extreem simpel en begrijpelijk, met veel figuren en plaatjes zodat het voor iedereen een handelingsperspectief kan bieden. Het schrijven en publiceren sluit naadloos aan bij wat ik hier op Windesheim probeer te doen: studenten stimuleren en in beweging krijgen. Het doel is dat ze zich nadrukkelijker gaan bekommeren om hun toekomst en de samenleving. Een toegankelijk en begrijpelijk verhaal is noodzakelijk om ze te bereiken en in beweging te krijgen.’

Waarom is het nodig om studenten in beweging te krijgen?

‘Je bekommeren om de wereld is niet zoals sommige mensen denken een linkse groene hobby. Dat is het niet en het helpt ook niet om er zo naar te kijken. Dat is wat ik duidelijk wil maken. Ik wil studenten niet veranderen, maar ze ergens bewust van maken. Er zijn studenten die graag dingen wil veranderen en er zijn studenten die graag alles wil houden zoals het nu is. Het interessante is dat je ook bij mensen die niets willen veranderen een intrinsieke motivatie kunt losmaken om zich maatschappelijk te bekommeren. Behouden en beschermen wat er is vergt namelijk eveneens actie. Daar zie ik aanknopingspunten. Studenten die bijvoorbeeld uit de hoek van het boerenbedrijf en de visserij komen stel ik vragen als: hoe kun je het behoud van die sector nou het beste bewerkstelligen? Denk je dat het ontkennen van problemen rond stikstof en het klimaat bijdraagt aan het beschermen van je vakgebied en toekomstperspectief? Het perspectief van behoud nodigt uit om met elkaar in gesprek te gaan en om activiteit te ontplooien. Ik richt me dus zowel op studenten die veranderaars willen worden als studenten die dat juist niet willen. Beide richtingen vergen actie en beweging.’

Hoe kijk je terug op de afgelopen tweeëneenhalf jaar bij Windesheim?

‘Ik heb geleerd dat het essentieel is dat je de mensen daar treft waar ze zich bevinden en op de positie die ze innemen. Het opdringen van ideeën werkt niet. Ik wil graag kritisch denkvermogen stimuleren vanuit het denken, de waarden en de geloofssystemen van de mensen zelf. In de relatief korte periode dat ik hier ben is de situatie in de wereld verder verslechterd: het klimaat, de biodiversiteit, de milieuverontreiniging, het mentale gezondheidsprobleem, de geopolitieke onrust, noem maar op. Het positieve effect daarvan is dat studenten steeds meer begrijpen dat al die zaken steeds dichterbij komen. Dat ook de beschermde wereld van hun eigen regio waarin ze zelf leven, niet veilig is. De positie die studenten hebben ten opzichte van de wereld verandert snel.’ 

Heb jij daaraan kunnen bijdragen?

‘Ik hoop het, ik ben in ieder geval expliciet met die materie aan de slag gegaan. Ik heb veel studenten, samen met heel veel docenten en opleidingsmanagers met wie ik nauw samenwerk, mogen begeleiden. Ik probeer een verbindende factor te zijn, ook voor collega’s die dezelfde urgentie voelen. Het is ook belangrijk om te noemen en roemen dat ik hiertoe in staat ben gesteld door leidinggevenden als Derk Jan Kiewit, Jolande Gomolka en Gerdien Doornewaard. Dat leiderschap is essentieel om te benoemen want ik veroorzaak natuurlijk ook veel onrust. Op alle hogescholen staan deze onderwerpen op de agenda, maar alleen Windesheim stelde een programmamanager Agency aan. Ik maak daarbij trouwens wel een duidelijk knip tussen mijn rol als activist en Agency. Dat laatste gaat over regie nemen over je leven terwijl activisme een stap verder gaat. Ik wil studenten vooral bewust maken dat ze iets te doen hebben in de wereld.’

Heb jij ook een rol in de transitie van het economieonderwijs?

‘Ik dring mijn visie op de economie niet op aan studenten en geef geen college in economische vakken, maar ik ben geïnteresseerd in hoe ze überhaupt met economie omgaan. En ik word wel regelmatig uitgenodigd om te vertellen over mijn visie op de economie.’

En dat is?

‘Op dit moment is het klassieke economieverhaal nog steeds dominant. Studenten denken dat het vak economie zoals ze dat op de middelbare school voorgeschoteld kregen, een objectieve weergave is van de economische werkelijkheid. Maar het is slechts één verhaal. Gelukkig is er in dit gebouw steeds meer aandacht voor andere visies, zoals de ecologische economische school benadering, de marxistische economische school en de donut-economie  van Kate Raworth, maar: nog niet voldoende. Het neoklassieke verhaal domineert nog steeds en dat is achterhaald. Economie is daar vooral een wiskundig rekenvak met modellen en figuren die de werkelijkheid representeren, alleen doen ze dat niet. Het vak berekent goederenstromen maar mist daarbij de sociale invalshoek van waaruit je dat doet.’

Wat zouden studenten dan moeten leren?

‘In plaats van wiskundige modellen wil ik dat ze zich realiseren dat economie draait om het echte leven. We moeten studenten in de praktijk laten kennismaken met  vragen als: wat is schaarste nu eigenlijk? Hoe neem je beslissingen over goederen, wat is rijkdom, wat is welvaart, wat is levensstandaard? Dat leer je niet uit boeken en toch doen we dat nog steeds. Economie is een praktisch vak en kent heel veel verschillende ideeën. We  bespreken dat ook steeds meer onderling en zowel docenten als managers zijn hier druk mee bezig. Het bestaande systeem loopt vast en dat begint iedereen te merken.’

Hoe zie jij het vastlopen?

‘Het kenmerk van een socio-economische ineenstorting is dat het systeem de problemen die ontstaan niet meer kan oplossen. Daar zitten we nu middenin. Het systeem, het welvaartsysteem, het modernistische systeem, het systeem van de economie veroorzaakt klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit, geopolitieke onrust en perverse welvaartsongelijkheid. Een handjevol rijke mannen hebben meer rijkdom dan de arme helft van de wereldbevolking. Het systeem kan de problemen niet meer oplossen. De markt lost het klimaatprobleem niet op want het is veel makkelijker om geld te verdienen aan zaken die klimaatverandering veroorzaken. De mentale en lichamelijke gezondheidsproblemen van mensen worden steeds erger: je ziet meer crises bij elkaar ofwel een polycrisis. Waar de een begint en de ander eindigt is niet meer te ontrafelen. We moeten daarom op zoek naar andere manieren van doen en ook andere manieren van opleiden.’

Welke rol zie jij voor onze studenten? Hoe gaan zij het anders doen?

‘Van nature heeft ongeveer twintig procent van de mensen, dus ook van onze studenten, de behoeft om zich in te zetten voor maatschappelijke veranderingen. Tachtig procent is van nature passief. Die verhouding verschuift en een belangrijke indicator is de bedroevende gesteldheid van de mentale gezondheid van de studenten. Die is alarmerend. Ze maken zich zorgen over de wereld: de VS en Groenland, de huizenmarkt, PFAS, bestaanszekerheid. We moeten het met onze studenten veel meer hebben over gezondheid, veiligheid en bestaanszekerheid. Die onderwerpen gaan hen direct aan. Weet je wat dan het cijfer van maatschappelijke betrokkenheid is? Dan blijkt dat die onderwerpen 100% van de studenten aangaat. Ik pleit ervoor om elkaars taal te gaan spreken en de onderwerpen in de wereld te vertalen naar hun eigen leven.’Kees Klomp

Is dat jouw doel: ze de wereld laten begrijpen?

‘Ja, het begrijpen van de wereld waarin we leven, is de enige manier waarop je regie kunt nemen en positie kunt innemen. Studenten hebben nog een te gebrekkig begrip van wat er in de wereld gebeurt. Toen het systeem nog volop functioneerde was dat niet erg, maar nu alles steeds stroever werkt is het logisch dat je als student bijvoorbeeld wilt weten: hoe zit dat nou met die huizenmarkt. Als het goed gaat is er minder noodzaak om je er in te verdiepen. We zitten inmiddels in een situatie waarin de wal het schip gaat keren: de realiteit is de grootste transitieversneller. De cijfers over de mentale gezondheid van studenten zou een belangrijk aanjager moeten zijn. De situatie verbetert niet vanzelf, het is een groot en diep probleem omdat veel studenten geen toekomstperspectief zien. Daar vallen de problemen die mijn eigen generatie tijdens het no-future tijdperk en de Koude Oorlog ervoer, bij in het niet.’

Hoe zie jij de toekomst?

‘Ik denk vaak terug aan een voorval toen ik nog lector was, waarbij een van onze docenten op een avond toen we gezellig bij elkaar kwamen, emotioneel werd en verzuchtte: wanneer gaan we nou eens eerlijk zijn naar onze studenten. Als ik heel eerlijk ben is die vraag nog steeds dé vraag der vragen. Vanuit de beste intenties proberen we ze te vertellen dat het allemaal wel meevalt. De crux is: wereldgericht beroepsonderwijs. Het hoeven niet allemaal wereldverbeteraars te worden, maar wij moeten wel zorgen dat ze gaan beseffen, dat op welke plek ze ook terecht zullen komen, ze een verschil kunnen maken. Ze laten beseffen dat ze onderdeel uitmaken van de wereld en dat zal hoop ik de gevoelens van onmacht wegnemen. Wij moeten de studenten in hun kracht zetten.’

Wat vind jij daarbij het belangrijkste?

‘Begin bij de student als individu. Dring ze geen ideeën op maar vraag wat hen in hun eigen leefwereld beweegt. Dan krijg je bijvoorbeeld een antwoord als: ik hou veel van mijn oma en ik zou het vreselijk vinden als zij eenzaam zou zijn. Dan heb je een thema te pakken dat je kun uitbreiden want eenzaamheid is meer dan alleen je eigen opa of oma. Ten tweede: de ervaring, het ontmoeten in de echte wereld: echte gesprekken, echte projecten. Ten derde: de studenten heel serieus nemen en ze het vertrouwen geven. Dat doe ik zelf ook bij Studium Generale: ik faciliteer, zij doen de rest, ook de redactie. Wat gebeurt er dan? Ze stijgen boven zichzelf uit!’

Delen via:

Vragen over dit nieuwsbericht?

Stel ze aan de Newsroom via newsroom@windesheim.nl(opent in nieuw tabblad)

Laatste nieuws

Teaser image

Kees Klomp: ‘zelfs niets willen veranderen vergt actie’

31 maart 2026
Teaser image

Passief bouwen als logisch antwoord op de energiecrisis

30 maart 2026
Teaser image

'Deze master leert je om heel goed die cruciale rol te pakken'

30 maart 2026
Teaser image

In gesprek met de Koning over de toekomst van familiebedrijven

27 maart 2026
Teaser image

Bundeling van krachten voor familiebedrijven

23 maart 2026

Neem contact met ons op