Passende ondersteuning voor (stief)ouders en kinderen in samengestelde gezinnen
Steeds meer kinderen groeien op in een samengesteld gezin, gezinnen waarin één of beide volwassenen in de relatie kinderen hebben uit een eerdere relatie. Na een scheiding vormen ouders vaak een nieuw gezin met een partner. Soms gaat dit goed, maar in sommige gevallen is er sprake van spanningen. Bestaande kennis en ondersteuning sluiten binnen de zorg en sociale opleidingen nog niet altijd goed aan bij deze gezinsvorm. Daarom is het lectoraat Jeugd als onderdeel van een breder consortium van partners gestart met een onderzoek naar passende ondersteuning voor (stief)ouders en kinderen in samengestelde gezinnen.
“Dit onderzoek is gestart op verzoek van ouders en kinderen zelf. Zij gaven aan dat het ingewikkeld kan zijn om binnen een samengesteld gezin nieuwe verhoudingen te zoeken.” vertelt Els Evenboer, associate lector. “Ook professionals uit de praktijk signaleren een groeiende behoefte aan het hebben van aanvullende kennis op dit thema, om ondersteuning aan deze gezinnen op de juiste manier vorm te kunnen geven. We constateren dat dit onderwerp zowel binnen onderzoek als binnen de sociale opleidingen nog weinig aandacht krijgt. We hebben nu nog te weinig kennis en tools om onze huidige en aanstaande professionals hierin te kunnen faciliteren.”
Nieuwe dynamiek in samengestelde gezinnen
De dynamiek binnen samengestelde gezinnen is anders dan in traditionele gezinnen. Els: “Je kan te maken hebben met verschillende opvoedstijlen als er een nieuwe opvoeder in beeld komt, en met loyaliteitsconflicten, die hun weerslag hebben op zowel de kinderen als beide partners. Vooral voor de kinderen geldt vaak dat zij zich voortdurend moeten aanpassen aan de (soms heel verschillende) gezinssituaties. Hoe verhoud je je bijvoorbeeld tot een stiefouder? En wanneer beide ouders een nieuwe partner hebben, bewegen kinderen zich zelfs tussen twee nieuwe gezinnen. Daarnaast is er vaak sprake van niet-onderkende rouw; een scheiding kan voor kinderen ook traumatisch zijn. Kinderen met wie het op het oog goed gaat, kunnen hier ook last van hebben; zij worden niet altijd gezien. Een deel van de gezinnen weet hier op termijn een weg in te vinden, maar een groot deel worstelt met deze complexiteit en komt onder druk te staan. We hebben nu nog te weinig in handen om deze gezinnen goed te kunnen voorlichten of begeleiden”.
Huidige hulpverlening volstaat niet
Docent-onderzoeker Mandy Talhout haakt daarop in: “Op dit moment is veel van de hulpverlening meestal onbewust gericht op het ‘kerngezin’: moeder, vader en hun kind(eren). Daarnaast richt de hulpverlening zich op de periode rondom de scheiding, maar als deze periode is gestabiliseerd, wat is dan de behoefte van (stief)ouders en kinderen? De complexiteit, alleen al gezien de diversiteit in gezinsvormen, is ook groot. Je kunt niet zeggen: zo werkt het voor iedereen. Wat werkt, verschilt per gezin en situatie.”
De kennis zit bij de ouders en de jongeren zelf, en die kennis gaan wij inzetten door middel van co-creatie als onderdeel van ontwerpgericht onderzoek. Het mooie van ontwerpgericht onderzoek is dat niet op voorhand hoeft vast te liggen wat we gaan ontwikkelen. Dat zal moeten blijken, in samenspraak met jongeren, ouders en professionals.” -Els Evenboer
Bijdragen aan lagere instroom jeugdhulp
Het project ‘Ondersteuning van (stief)ouderschap in samengestelde gezinnen’ heeft als doel het voorkomen of beperken van negatieve uitkomsten in samengestelde gezinnen door het bieden van passende, laagdrempelige ondersteuning. Hierbij richten we ons als consortium op kennisontwikkeling en professionalisering van (toekomstige) zorgprofessionals.
Wat vaststaat is dat verderop tijdens het onderzoek de producten worden getest in de praktijk met de (stief)ouders, kinderen en professionals. Vervolgens krijgt het een plek binnen sociale opleidingen bij de betrokken hogescholen en universiteiten. Zo worden (toekomstige) professionals beter toegerust om met deze gezinsdynamiek om te gaan.
Els: “We hopen dat het ons lukt om deze gezinnen op een andere manier en in een eerder stadium beter te ondersteunen, zodat dit project op termijn bijdraagt aan een lagere instroom in de jeugdhulp voor kinderen uit samengestelde gezinnen.
De betrokken partners bij dit onderzoek zijn: NHL Stenden Hogeschool, Hogeschool Windesheim, UMC Groningen, TNO Child Health, Stichting Stiefacademie Nederland, Kenniscentrum Kind en Scheiding, Stichting Villa Pinedo, Sociaal Werk De Schans – Tintengroep. Met een subsidie van Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA. Regieorgaan SIA bevordert de kwaliteit en impact van praktijkgericht onderzoek aan hogescholen door middel van financiering en het stimuleren van samenwerking tussen hogescholen, het bedrijfsleven en publieke instellingen.
Vragen over dit nieuwsbericht?
Stel ze aan de Newsroom via newsroom@windesheim.nl(opent in nieuw tabblad)
Neem contact met ons op
-
Bereikbaarheid
Op werkdagen tussen 09.00 en 17.00 uur