Een waardevolle bron om uit te putten
In maart werd op de jaarlijkse studiedag van de Vereniging Docenten Levensbeschouwing & Godsdienst (VDLG(opent in nieuw tabblad)) het boek Bronnen van zin gepresenteerd. Dit inspiratieboek, dat bedoeld is voor docenten en studenten GL, is het tweede van in totaal vier delen, waarin de door het Expertisecentrum Levensbeschouwing en Religie in het Voortgezet Onderwijs (LERVO(opent in nieuw tabblad)) ontwikkelde perspectievenbenadering verder wordt uitgewerkt. (Klik hier(opent in nieuw tabblad) voor meer informatie.) In dit boek gebeurt dat aan de hand van religieuze verschijnselen.
Het boek bestaat uit zes hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk beschrijft hoe de perspectievenbenadering zich heeft ontwikkeld en nu wordt uitgewerkt in dit vak. In het laatste hoofdstuk worden de termen 'levensbeschouwing' en ‘religie’ gedefinieerd.
Daarmee staan deze twee hoofdstukken min of meer los van de kern van het boek, de vier hoofdstukken waarin religieuze verschijnselen worden behandeld. Achtereenvolgens gaat het dan om teksten (bijbel, koran etc.), praktijken (feesten, rituelen etc.), objecten (gebedssnoer, beelden, heilige plaatsen etc.), en gemeenschappen (kerkgenootschap, politieke partij etc.).
Deze hoofdstukken kennen een vaste opbouw. Eerst wordt vakinhoudelijke en vakdidactische kennis aangeboden. Dit geeft de (beginnende) docent een stevige theoretische basis, die helpt om goed les te kunnen geven over de verschillende thema's. Daarmee zijn deze hoofdstukken waardevolle kennisbronnen om uit te putten.
Daarna volgen in elk hoofdstuk verschillende werkvormen. Een sterk punt is dat bij elke werkvorm is aangegeven welke aspecten uit de ontwikkelde perspectievenbenadering aan bod komen. Dit maakt direct duidelijk dat er tijdens een les meerdere perspectieven aan de orde kunnen komen. Dit sluit goed aan bij de onderwijspraktijk, waarin nauwelijks ruimte is om maar een bepaald perspectief centraal te stellen (vergelijk het eerste inspiratieboek Nieuwe werelden openen(opent in nieuw tabblad)).
Opvallend is dat niet bij elke werkvorm voor dezelfde didactische insteek is gekozen. In twee hoofdstukken – religieuze teksten en religieuze praktijken – is gekozen voor een religiewetenschappelijke benadering. De aangeboden werkvorm – in beide hoofdstukken dezelfde – vraagt van leerlingen om aan de hand van een vierstappenmodel een heilige tekst of een ritueel uitgebreid theoretisch te analyseren. Pas bij de laatste stap komt de leerling zelf kort in beeld met de vraag hoe deze zich verhoudt tot de tekst of het ritueel.
In de andere hoofdstukken wordt er juist ingezet bij de leefwereld van de leerling. Wat ervaart deze bij het zien van een religieus object? Welke religieuze organisaties kent de leerling in de eigen omgeving? Daarna wordt de stap gezet naar het onderzoeken van heilige voorwerpen of het verdiepen in een thema als religieuze leiders, waarbij de werkvorm die bij dit laatste onderwerp ontwikkeld is, direct uitnodigt om ook zelf toe te passen.
Achter deze verschillende insteek – inzetten bij de leerstof of bij de leerling – gaat natuurlijk een diepergaande didactische discussie schuil. Persoonlijk denk ik dat de religiewetenschappelijke benadering te weinig aansluit bij en te veel vraagt van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Juist in het voortgezet onderwijs is het belangrijk dat leerlingen ervaren dat ze gezien worden en daarom zou ik er persoonlijk voor kiezen om in te steken bij hun leefwereld om daarna de brug te slaan naar de lesstof.
Dat neemt niet weg dat in dit boek vier thema’s aan de orde komen die allemaal zinvol zijn om te behandelen, vier thema’s ook die elk op hun eigen manier werelden kunnen openen voor leerlingen.
Recensie geschreven door: Laas Terpstra
Davidsen, M. A. (Red.). (2026). Bronnen van zin: Perspectieven op religieuze verschijnselen. Ten Brink Uitgevers

Vragen over dit nieuwsbericht?
Stel ze aan de Newsroom via newsroom@windesheim.nl(opent in nieuw tabblad)
Neem contact met ons op
-
Bereikbaarheid
Op werkdagen tussen 09.00 en 17.00 uur