Hoe zorg je ervoor dat het sportaanbod beter aansluit bij jongeren?
Nederlandse jongeren tussen de 12 en 19 jaar sporten en bewegen aanzienlijk minder in vergelijking met jongere kinderen in de basisschoolleeftijd. Waarom haken jongeren af en hoe zorg je ervoor dat het sportaanbod beter aansluit bij deze doelgroep? Met die vraag klopte het NOC*NSF aan bij het Jeugdsport Innovatiecentrum (JIC) en het lectoraat Sportpedagogiek. Het resultaat? Een verkenning onder jongeren over hun wensen en ideeën over sport. Het praktische onderzoek in het veld werd gedaan door onderzoeker Marck de Greeff. Met vragenlijsten haalde hij informatie op bij jongeren over hun sportbehoefte. Een van de opbrengsten zijn 10 aanbevelingen die het JIC gebruikt als inspiratie voor hun jeugdsportinnovatie. Wat zijn deze aanbevelingen precies en hoe zijn deze tot stand gekomen?
Het onderzoek
Het doel was het onderzoek was om de reden te achterhalen waarom zoveel jongeren afhaken. In de eerste fase van het onderzoek werd er door middel van een vragenlijst de sportbehoefte opgehaald. De vragenlijst is bij 6 verschillende scholen afgenomen en uiteindelijk hebben 783 jongeren de vragenlijst ingevuld. In de vervolgfase werden 110 jongeren geïnterviewd over dit onderwerp. De jongeren werden ingedeeld in categorieën: sporters, niet-sporters. Binnen de sporters werd er ook onderscheid gemaakt in wat voor soort sport ze deden.
“De vraag waarom jongeren stoppen met sporten is een brede vraag, want verschillende sporters hebben verschillende behoeftes. De ene sport is niet te vergelijken met de ander,” vertelt Marck. “Daarnaast wilden we niet-sporters apart spreken. Uit eerder onderzoek en praktijkervaring weten we dat motieven om wel of niet te sporten sterk verschillen tussen verschillende soorten sporters en niet-sporters. Dat bleek een goed besluit, want de sfeer was per groep zo anders en andere onderwerpen bleken belangrijk. Je kunt dan wat makkelijker doorvragen en de sporters in een panel konden elkaar makkelijker aanvullen.”
De gesprekken met jongeren hierin vindt Marck belangrijk. “Er wordt uiteindelijk veel over de jongeren gepraat. Er worden veel aannames gedaan over wat jongeren willen en over wat goed voor ze is. Het is belangrijk dat deze aannames worden gecontroleerd door met de jongeren in gesprek te gaan. De wensen van jongeren van 5 jaar geleden, zijn heel anders dan de wensen van jongeren van nu. Als de wensen niet aansluiten, dan haken ze af.”
Tijd, plezier en de trainer
De interviews werden gedaan in de vorm van paneldiscussies. Per categorie zaten er ongeveer 10 jongeren bij elkaar die samen met een onderzoeker verder de diepte ingingen over de vragen uit de vragenlijsten. Wat kwam er uit deze interviews?
“Het voelt bijna als een clichéantwoord, maar jongeren geven aan dat ze weinig tijd hebben. Ze racen van school naar huis, doen snel hun huiswerk, moeten door naar de sport en dan hebben ook nog vrienden waar ze graag me willen afspreken,” legt Marck uit. “De club biedt vaak op een vaststaand moment en op een vaste manier sport aan.”
Een van de andere grote uitkomsten van het onderzoek was dat de jongeren sporten om plezier te hebben. “Dat klinkt logisch, niet heel verassend en makkelijk op te lossen. Maar eigenlijk is het best moeilijk: iedereen ervaart plezier anders. Daarnaast is de vereniging niet altijd op plezier ingericht, eerder op competitie. Jongeren voelen zich dan niet thuis op de vereniging door de sfeer.”
Illustraties door: Reitse Sybesma
Tenslotte blijkt de trainer een belangrijke rol te hebben in of jongeren stoppen met sporten. Zeker onder de niet-sporters kwam dit sterk naar voren. “Het is niet zo dat niet-sporters nooit hebben willen sporten. We zien uit onze interviews dat veel niet-sporters op jonge leeftijd al een negatieve ervaring hebben gehad met een trainer. Ze voelden zich niet goed begrepen door de trainer en zetten daarna de knop om. Ze zijn vanaf dat moment overtuigd: ‘sporten is niet voor mij’.”
De top 10 aanbevelingen
Uiteindelijk zijn de 10 aanbevelingen voortgekomen uit de interviews. Dit hebben de onderzoekers uit de interviews gehaald door te kijken naar welke onderwerpen het vaakste terugkomen. De aanbevelingen zijn geen blauwdruk, want er is niet één oplossing voor alle jongeren tussen de 12 en 19 jaar die niet (meer) sporten. Maar de aanbevelingen geven wel richting.
“Verenigingen moeten aanbod hebben voor verschillende soorten sporters. Dat betekent dat er ruimte is om competitie te spelen, maar ook ruimte om alleen te trainen als ze geen wedstrijden willen spelen. Ook is het belangrijk dat jongeren de vrijheid hebben om zelf te bepalen wanneer en hoe vaak ze kunnen sporten. Dat sluit veel beter aan bij de wensen die ze hebben. Je moet echt kijken voor welke doelgroep willen wij het sport aanbieden en wat zijn de behoeften van die specifieke doelgroepen,” aldus Marck. “Er wordt meer geëxperimenteerd met andere regels. Soms pakt dit goed uit, soms wat minder. Ik vind het stoer dat er nieuwe dingen uitgeprobeerd worden door bonden en verenigingen. Dat het soms mislukt is echt niet erg”.
Illustraties door: Reitse Sybesma
Meer weten?
Marck de Greeff heeft deze opbrengsten gevangen in een eerst analyse en deze gepresenteerd tijdens een expertmeeting op de CALO waarbij de NOC*NSF aanwezig was.
Daarna heeft onderzoeker Irene Faber de resultaten verder uitgewerkt tot een wetenschappelijk artikel. Marck heeft als tweede auteur aan dit artikel meegewerkt. Dit artikel is hier te vinden:
De tien aanbevelingen zijn gevisualiseerd door illustrator Reitse Sybesma voor het Jeugdsport Innovatiecentrum (JIC) omdat deze aanbevelingen een van de belangrijke onderleggers zijn voor jeugdsportinnovatie.
Neem contact met ons op
-
Bereikbaarheid
Op werkdagen tussen 09.00 en 17.00 uur