Even voorstellen: Lynn Bar-On, de nieuwe lector Bewegen, Gezondheid en Welzijn
Lynn Bar-On is benoemd als lector Bewegen, Gezondheid en Welzijn. Vanaf januari 2027 zal zij voor drie dagen in week volledig in functie zijn. Haar werk voor het lectoraat Bewegen, Gezondheid en Welzijn combineert ze met haar functie als associate professor bij de Universiteit van Gent (UGent). Sinds september werkt ze al 1 dag per week samen met Jooske, die het stokje van lector na 15 jaar doorgeeft, om de overdracht goed te laten verlopen.
Van fysiotherapie naar PMT
Lynn studeerde fysiotherapie aan de Hanze in Groningen en werkte daarna als fysiotherapeut in Amsterdam, Israël en India. Daarna besloot ze door te studeren en kreeg een persoonlijke beurs om de masteropleiding Revalidatiewetenschappen met een specialisatie in de kinderfysiotherapie aan de KU Leuven te volgen.
“Aan de KU Leuven kreeg ik de mogelijkheid om te promoveren in de biomedische wetenschappen. Voor dit traject werkte ik in het ganganalyselaboratorium van het Universiteit Ziekenhuis Leuven, waar ik onderzoek deed naar een tool die spasticiteit bij kinderen met cerebrale parese op een objectieve manier kon meten. Dit onderzoek stond centraal in een Europese consensus rond spasticiteit en vormt nog steeds een belangrijk kader voor de ontwikkeling van klinische richtlijnen”, vertelt Lynn.
“Daarna heb ik dit onderwerp verder uitgediept via twee postdoctorale onderzoeksprojecten, waarin ik op zoek ging naar de relatie tussen objectief gemeten spasticiteitspatronen en de onderliggende veranderingen in spier- en peesstructuren bij kinderen met cerebrale parese. Deze inzichten kunnen niet alleen een indicatie geven van de ernst van de aandoening, maar dragen ook bij aan een beter begrip van de interactie tussen twee niveaus: het brein en het musculoskeletale systeem.”
Halverwege haar tweede postdoctorale onderzoek kreeg Lynn een tenure track aangeboden aan het Departement Revalidatiewetenschappen van de Universiteit Gent (UGent). Aan de UGent kreeg zij de opdracht om de onderzoekslijn rond Developmental Coordination Disorder (DCD) verder uit te bouwen en te versterken. Zo werd ze promotor van onderzoek naar de vroege detectie van DCD(opent in nieuw tabblad). Samen met haar team breidde zij deze onderzoekslijn uit met een project rond de impact van DCD(opent in nieuw tabblad) op kinderen en hun gezinnen. Dit onderzoek maakte duidelijk hoe cruciaal bewustwording en informatie-uitwisseling zijn. Vanuit deze inzichten werd de website dcdbelgium.com(opent in nieuw tabblad) ontwikkeld. Die biedt betrouwbare informatie en praktische handvatten om professionals, ouders, jongeren en kinderen beter te ondersteunen bij het begrijpen van en omgaan met DCD.
Lynn: “Bij DCD zijn comorbiditeiten eerder regel dan uitzondering. Daarom is het mijn persoonlijke ambitie om een meer transdiagnostische onderzoekslijn op te zetten. Een voorbeeld hiervan is een PhD-project(opent in nieuw tabblad) dat zich richt op de vroege detectie van verschillende neuro-ontwikkelingsstoornissen aan de hand van zowel motorische als zelfregulatiemarkers in de vroege ontwikkeling.”
“Uit onderzoek kwam naar voren dat ouders en kinderen behoefte hebben aan informatie over verschillende diagnoses. Dit omdat professionals niet altijd de kenmerken van kinderen met neuro-ontwikkelingsstoornissen herkennen en weten wat voor ondersteuning daarvoor is. Door de wildgroei aan informatiebronnen is het voor ouders cruciaal om op deze kritische momenten een behandeling te kiezen die op wetenschappelijke inzichten gebaseerd is. Ook omdat het voor kinderen essentieel is om in kritische ontwikkelperiodes de juiste begeleiding te krijgen.”
Samenwerking in de regio en internationaal
Lynn is opgegroeid in het Verenigd Koninkrijk, Israël, Hongkong, en Botswana, waardoor zij een sterke internationale achtergrond heeft. Sinds haar achttiende is Lynn vooral actief in zowel België als Nederland. Haar sterke betrokkenheid bij beide landen blijkt uit haar academische carrière, waarin zij diverse grensoverschrijdende initiatieven en samenwerkingsprojecten tussen Belgische en Nederlandse instellingen heeft opgezet. Haar blik op internationalisering brengt ze mee in haar functie.
“Ik ben voorstander van internationalisering in het hoger onderwijs. Internationale studenten brengen nieuwe ervaringen en zienswijze met zich mee en dat verbreedt de blik van studenten uit Nederland en de onderwijsinstelling,” aldus Lynn. “Als associate professor zet ik mij ook in voor de internationalisering op de UGent en hoop hetzelfde voor Windesheim te kunnen doen.”
“Op het hbo ben ik begonnen. Ik ben even weggeweest, maar het voelt goed om terug te komen en aan de slag te gaan met toegepast onderzoek”
Van fundamenteel onderzoek naar praktijkgericht onderzoek
In haar loopbaan werkte Lynn niet alleen mee aan fundamenteel onderzoek, maar richtte zij zich ook op de maatschappelijke impact ervan.
“Fundamenteel onderzoek levert nieuwe inzichten op waarmee we behandelingen kunnen verbeteren, maar het is ook belangrijk om naar het bredere plaatje rond kinderen met neuro-ontwikkelingsstoornissen te kijken. Hoe kunnen we via onderzoek bijdragen aan een betere kwaliteit van leven voor deze kinderen? Die maatschappelijke impact zie ik sterk terug in praktijkgericht onderzoek. Precies daarom sprak de vacature voor lector binnen het hbo mij zo aan. Deze aanpak komt ook terug in mijn andere projecten, waarin contextgerichte ondersteuning van kinderen, gezinnen en scholen centraal staan, met als doel inclusie te bevorderen. Zo ben ik bijvoorbeeld betrokken bij het 123Move-project(opent in nieuw tabblad) en Handig in de klas(opent in nieuw tabblad), initiatieven die de grove en fijne motorische ontwikkeling van kinderen monitoren en stimuleren, ook wanneer die ontwikkeling minder vanzelfsprekend verloopt.”
“Het lectoraat Bewegen, Gezondheid en Welzijn heeft met mooie resultaten aangetoond wat psychomotorische therapie (PMT) kan betekenen. Die wetenschappelijke onderbouwing is essentieel. Ik kijk ernaar uit om samen met het lectoraat verder te bouwen aan deze kennisbasis. Daarnaast wil ik de rol van bewegen en motoriek binnen de geestelijke gezondheidszorg verder onder de aandacht brengen. Het bevorderen van motorische competentie kan een positieve invloed hebben op psychische klachten. Tegelijkertijd geldt ook het omgekeerde: een beperkte motorische competentie kan een aanwijzing zijn voor een verminderde mentale gezondheid.”
Vragen over dit nieuwsbericht?
Stel ze aan de Newsroom via newsroom@windesheim.nl(opent in nieuw tabblad)
Neem contact met ons op
-
Bereikbaarheid
Op werkdagen tussen 09.00 en 17.00 uur