Deeltijd studies, duale opleidingen en post-hbo opleidingen. Coaching en Supervisie. Hogeschool Windesheim.

Studeren met een functiebeperking

Heb je een functiebeperking? Belemmert dat je studie? Wij bieden je verschillende voorzieningen.

Meld een functiebeperking op tijd!

Windesheim biedt verschillende voorzieningen om jouw studie toegankelijker en studeerbaarder te maken. Wil je hier gebruik van maken? Geef dit dan vóór de start van je studie aan. Eventuele voorzieningen kunnen we dan op tijd organiseren.

Heb je een functiebeperking, maar heb je geen voorzieningen nodig? Meld je beperking dan toch. Misschien heb je in een later stadium alsnog voorzieningen nodig.

Wat moet je doen?

  • Schrijf je in via Studielink
  • Na aanmelding in Studielink ontvang je een uitnodiging voor het invullen een online vragenlijst: de Studiekeuzecheck.
  • Geef bij vraag 11 uit de Studiekeuzecheck aan dat je een student bent met een functiebeperking
  • Windesheim nodigt je, indien nodig, uit voor een intakegesprek.

Heb je je functiebeperking in eerste instantie niet gemeld bij de Studiekeuzecheck maar wil je dat nog wel graag doen? Neem dan contact op met de studentendecaan van het Studiesuccescentrum: tel 088 – 4 699 100 of mail: decanaat@Windesheim.nl.

Informatie over de beperkingen

Er zijn heel veel verschillende beperkingen. Hieronder vind je de meest voorkomende belemmeringen en de meest voor de hand liggende oplossingen. Heb jij een andere beperking waarbij ondersteuning nodig is? Bespreek het met ons.

AD(H)D

Studenten met AD(H)D kunnen last hebben van concentratieproblemen, impulsiviteit en hyperactiviteit. Doordat ze moeite hebben om prikkels uit hun omgeving buiten te sluiten, kunnen deze studenten zich moeilijk concentreren op één ding. Iemand met ADHD is snel afgeleid en bewegelijk. Iemand met ADD heeft juist geen last van hyperactiviteit, maar komt vaak dromerig over.

Belemmeringen ADD en ADHD
• Beperkte concentratie
• Beperkt energieniveau/vermoeidheid (moeite om in slaap te komen)
• Stemmingswisselingen
• Moeite met houden aan afspraken/regels
• Moeite met plannen en structureren
• Uitstelgedrag

Mogelijke extra belemmeringen bij ADHD:
• Bewegelijk, luidruchtig, veel praten
• Impulscontrole is beperkt
• Chaotisch

Hulpmogelijkheden bij AD(H)D:
• Extra studiebegeleiding
• Bij tentamens: extra tijd en rustige ruimte
• Extra tijd voor gehele studie
• Prikkelarme ruimte
Het regelen van voorzieningen verloopt altijd via de studentendecaan. Vraag de studentendecaan naar de voorwaarden en de mogelijkheden!

Angststoornis

Studenten met een angst- of paniekstoornis vallen van alle studenten met een functiebeperking het vaakst uit. De angst die zij hebben is buitensporig en niet realistisch, waardoor de student er in het dagelijks leven (ernstig) door belemmerd wordt.

Belemmeringen
• Afwezigheid bij onderwijsactiviteiten (niet durven komen)
• Concentratieproblemen
• Beperkte belastbaarheid
• Angstgevende situaties worden gemeden
• Onbegrip wegens onzichtbaarheid en onbekendheid stoornis

Hulpmogelijkheden
• Bij tentamens: extra tijd en rustige ruimte
• Ander type opdrachten (bijvoorbeeld thuisopdrachten) na overleg en advies deskundige
• Extra ondersteuning bij presentaties
• Presentaties voor een kleine groep/laten voorlezen
• Individueel traject of training bij de studentenpsycholoog
Het regelen van voorzieningen verloopt altijd via de studentendecaan. Vraag de studentendecaan naar de voorwaarden en de mogelijkheden!

Auditieve beperkingen

Er zijn verschillende auditieve beperkingen, zoals doofheid en verschillende soorten slechthorendheid. Ook oorsuizen en overgevoeligheid voor geluid zijn auditieve beperkingen. Niet (goed) kunnen horen is het meest bekende gevolg van een auditieve beperking, maar ook een mindere beheersing van de Nederlandse taal en beperkte sociale vaardigheden zijn mogelijk. Belangrijk om te weten is dat liplezen, een gehoorapparaat en/of een CI (cochleair implantaat) er niet voor zorgen dat de student geen communicatieve beperkingen meer heeft.

Belemmeringen
• Beheersing Nederlands beperkt
• Beperkte sociale vaardigheden, achterdocht
• Bij studenten die doof zijn: cultuurkloof (dovengemeenschap is veilige omgeving)
• Beperkte belastbaarheid tijdens luisteren
• Aantekeningen maken kan niet tegelijk met liplezen/vertolking bekijken
• Bij vroegdoofheid: in veel gevallen slecht verstaanbaar: presentaties en discussies zijn lastig
• Moeite met communicatie in grote groepen
• Video zonder ondertiteling wordt niet begrepen en/of kost veel energie

Hulpmogelijkheden
• Alternatieve presentatie, via video, in kleine groep of met ondersteuning via beeld
• Ringleiding: elektronisch systeem in grote zalen waarop gehoorapparaat afgestemd kan worden
• Soloapparatuur: microfoon die geluid via gehoorapparaat versterkt
• Opnameapparatuur in combinatie met spraakherkenningssoftware
• Gebarentolk
• Schrijftolk
• Extra taalondersteuning (analoog aan ondersteuning voor studenten met NT2 problemen)

Het regelen van voorzieningen verloopt altijd via de studentendecaan. Vraag de studentendecaan naar de voorwaarden en de mogelijkheden!

Autisme Spectrum Stoornis (ASS)

Autisme is een ontwikkelingsstoornis, waarbij het prikkel- en informatieverwerkingsgebied in de hersenen is verstoord. Studenten met een autistische stoornis hebben hierdoor beperkingen in hun sociale vaardigheden, hebben moeite met niet-letterlijk taalgebruik en een beperkt voorstellingsvermogen. In veel gevallen hebben studenten met ASS slechts een beperkt aantal onderwerpen die zij interessant vinden. ASS is een verzamelnaam voor verschillende stoornissen in het autistisch spectrum. In het hoger onderwijs zijn het syndroom van Asperger en PDD-NOS de meest voorkomende autisme spectrum stoornissen.

Belemmeringen
• Moeite met herkennen niet-letterlijk taalgebruik, ironie en grapjes
• Groepswerk, vooral bij wisselende groepen
• Scheiden van hoofd- en bijzaken
• Studieplanning
• Teveel prikkels en indrukken: zorgen voor stress en vermoeidheid
• Gebrekkige sociale en communicatieve vaardigheden
• Flexibiliteit: onverwachte veranderingen

Hulpmogelijkheden
• Studiemaatje (begeleiding door ouderejaarsstudent)
• Samenwerken met vaste partner / groep
• Extra studiebegeleiding op het gebied van planning en communicatie
• Ondersteuning bij het vinden van een stageplek
• Extra tijd en rustige ruimte bij toetsen

Het regelen van voorzieningen verloopt altijd via de studentendecaan. Vraag de studentendecaan naar de voorwaarden en de mogelijkheden!

Borderline

Borderline is een persoonlijkheidsstoornis. De term is ontstaan als naam voor een grensgebied tussen neuroses en psychoses. Het kernwoord is crisis. Mensen met borderline zijn instabiel en impulsief. Ze hebben last van extreme en snel wisselende stemmingen en van zwart-wit denken. Men kan woede op zichzelf afreageren door zelfbeschadiging. Dreiging met zelfmoord of zeer riskant gedrag kan voorkomen. Borderliners proberen krampachtig te voorkomen in de steek gelaten te worden door claimend gedrag te vertonen. Ze hebben veel wisselende relaties en vriendschappen maar kunnen moeilijk alleen zijn.

Kenmerken
• Sterke stemmingswisselingen
• Impulsief gedrag
• Identiteitsproblemen: velen weten niet goed wat te doen met hun leven
• In uitersten denken
• Hoog oplopende spanningen, wat kan leiden tot zelfmutilatie of gedachten aan zelfmoord
• Psychotische verschijnselen; korte periodes van achterdocht, verwardheid of het horen van stemmen

Mogelijke belemmeringen
• Inzet en motivatie fluctueren vanwege de extreme stemmingswisselingen
• Minder aanwezig of vreemd patroon van aanwezigheid
• Minder aanwezig of vreemd patroon van aanwezigheid
• Snel in paniek raken bij kritiek, geen vertrouwen in zichzelf
• Slechte studieprestaties
• Stoppen met de studie of studie veelvuldig (voor langere tijd) onderbreken

Hulpmogelijkheden
• Zorg voor structuur in je dagindeling. Plan je huiswerk, vrije tijd en ook rustmomenten.
• Leer je gevoelens en stemmingen herkennen, houd bijvoorbeeld een dagboek bij. Ga na welke omstandigheden op school je boos, somber of verdrietig hebben gemaakt, en wanneer je (negatieve) gedachten had. Zo krijg je meer grip op je emoties en stemmingen.
• Sta regelmatig stil bij je gedachten en probeer nuances aan te brengen.
• Trek op tijd aan de bel als het dreigt mis te gaan, bijvoorbeeld bij jouw studieloopbaanbegeleider of studentendecaan.
• Leer factoren binnen de studie die een crisis uitlokken herkennen en maak deze bespreekbaar.
• Zorg dat betrokkenen (bijvoorbeeld medestudenten) op de hoogte zijn van jouw situatie.

Het regelen van voorzieningen verloopt altijd via de studentendecaan. Vraag de studentendecaan naar de voorwaarden en de mogelijkheden!

Chronische ziekten

De groep ‘chronische ziekten’ is heel groot en heel divers. Vaak zijn ze niet zichtbaar. Bekende voorbeelden zijn: diabetes, rugklachten, luchtwegaandoeningen (bijvoorbeeld: astma), nierproblemen, kanker, darmziektes (bijvoorbeeld: ziekte van Crohn), hartproblemen, cystic fibrosis (taaislijmziekte) en het chronisch vermoeidheidsyndroom (CVS). De klachten zijn wisselend en vermoeidheid, ziekenhuisbezoek en medicijngebruik kunnen de studieresultaten beïnvloeden. Doordat de studie vaak langzamer gaat dan bij andere studenten, moet de student zich steeds weer aanpassen aan een nieuwe groep medestudenten.

Belemmeringen
• Afwezigheid door klachten, ziekenhuisopname of medicijngebruik
• Energie- en concentratieproblemen door pijn en vermoeidheid
• Verminderde belastbaarheid
• Onbegrip voor studieproblemen omdat de ziekte vaak onzichtbaar is
• Geen besef dat lagere studieprestaties veroorzaakt worden door chronische ziekte en niet door beperkte inzet of motivatie

Hulpmogelijkheden
• Creëren van een rustruimte
• Roosteraanpassingen/colleges volgen met een andere groep
• Extra tijd voor studieprogramma (spreiding)
• Tijdens tentamens: extra tijd, rustige ruimte of aparte ruimte

Het regelen van voorzieningen verloopt altijd via de studentendecaan. Vraag de studentendecaan naar de voorwaarden en de mogelijkheden!

Depressie

Een dip wordt pas als depressie gediagnosticeerd als iemands leven minstens 2 weken lang beheerst wordt door gevoelens van ernstige somberheid. Daarbij kunnen lusteloosheid, verlies van interesse en plezier, vermoeidheid, lichamelijke pijn, concentratieproblemen, een negatief beeld van zichzelf en de omgeving, slaapproblemen en suïcidale gedachten voorkomen. 7 % van de jongeren tussen de 18 en 24 jaar is depressief. Ook komt het voor dat studenten (nog) niet voldoen aan de criteria van een depressie, maar hun depressieve klachten wel dezelfde belemmeringen opleveren als hieronder zijn beschreven.

Belemmeringen
• Afwezigheid bij onderwijsactiviteiten
• Weinig inzet en motivatie
• (Tijdelijk) stoppen met studie
• Verminderde belastbaarheid en vermoeidheid

Hulpmogelijkheden
• Aanpassingen in studieprogramma (extra tijd /pauze)
• Individueel traject bij de studentenpsycholoog
• Extra tijd bij tentamens
• Extra tijd voor opdrachten
• Studiemaatje voor het houden van contact

Het regelen van voorzieningen verloopt altijd via de studentendecaan. Vraag de studentendecaan naar de voorwaarden en de mogelijkheden!

Dyslexie

43% van de studenten met een functiebeperking heeft dyslexie (soms ook  geschreven als dyslectie). Deze studenten hebben een hardnekkig probleem met lezen of spellen. Daarnaast kunnen ze moeite hebben met het vormgeven van teksten, het scheiden van details en de grote lijn en met plannen in het algemeen. De belemmeringen verschillen van student tot student. Sommige van deze studenten zijn in hun schoolloopbaan voor ‘dom’ of ‘lui’ uitgemaakt, ondanks dat zij hard werkten. Hierdoor is soms faalangst ontstaan.

Belemmeringen
• Moeite met lezen tijdens het bestuderen van vakliteratuur
• Jargon en vakterminologie worden vaak verkeerd gespeld en moeizaam geleerd
• Moeite met ‘even snel iets doorlezen’
• Lees- en spellingvaardigheden zijn niet geautomatiseerd
• Veel tijd nodig voor opdrachten en toetsen (lezen en schrijven)
• Slechte schriftelijke prestaties (spelling, structuur, zinsverbanden)
• Moeite met vreemde talen
• Moeite met combineren van taken (bijvoorbeeld luisteren en aantekeningen maken)
• Concentratieproblemen, met name bij lezen en schrijven
• Problemen met plannen en organiseren
• Moeite met presteren onder druk
• Gebrek aan zelfvertrouwen en faalangst

Mogelijke voorzieningen
• Extra tijd bij tentamens
• Tentamens in vergroot lettertype
• Inzet van hulpmiddelen, zoals voorleessoftware
• Bijwonen van groepsbijeenkomsten met informatie over de inzet van hulpmiddelen en de werking ervan
• Kortdurende individuele hulp en advies van een dyslexiespecialist, na verwijzing door de studentendecaan

Het regelen van voorzieningen verloopt altijd via de studentendecaan. Vraag de studentendecaan naar de voorwaarden en de mogelijkheden!

Motorische beperkingen

Onder motorische beperkingen vallen handicaps en ziektes die de student belemmeren in zijn bewegingen. Een motorische beperking kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door spierdystrofie, reuma, multiple sclerose (MS), amputaties, een dwarslaesie of spasmes.

Belemmeringen
• Belemmeringen bij computergebruik (belastbaarheid, bediening)
• Schrijfwerk: aantekeningen, toetsen en opdrachten
• Verminderde aanwezigheid door beperkte belastbaarheid en/of pijn
• Beperkte energie
• Concentratieniveau verschilt sterk

Hulpmogelijkheden
• Aanpassingen in het gebouw: liften, automatische deuren, aangepast toilet, lage knoppen en kapstokken, aangepast meubilair
• Rustruimte
• Aanpassingen in rooster (in verband met beperkte belastbaarheid)
• Gebruik laptop tijdens tentamen
• Extra tijd tijdens tentamen
• Inzet schrijfhulp (bij aantekeningen, opdrachten en tentamens)

Het regelen van voorzieningen verloopt altijd via de studentendecaan. Vraag de studentendecaan naar de voorwaarden en de mogelijkheden!

Visuele beperkingen

Studenten met een visuele beperking zien minder of helemaal niets. Er zijn veel verschillende visuele beperkingen, bijvoorbeeld met betrekking tot scherpte, het gezichtsveld, de lichtsterkte en de kleurwaarneming. Kijken kan heel vermoeiend zijn en voor hoofdpijn of andere klachten zorgen.

Belemmeringen
• Teksten op bord / scherm zijn moeilijk of niet leesbaar
• Geen visueel overzicht van omgeving
• Schrijven is lastig / onmogelijk
• Non-verbale informatie wordt gemist
• Internet, intranet en digitale leeromgeving zijn niet altijd toegankelijk
• Beperkte energie (alles kost meer energie)
• Verdwalen (geen inzicht in indeling gebouw)

Hulpmogelijkheden
• Gesproken boeken
• Digitale syllabi / boeken
• Aangepaste verlichting
• Loep / loepbril / beeldschermloep / screenreader
• Mondelinge of digitale tentamens
• Vergroot tentamen
• In gebouw: felgekleurde markeringen (bijv. traptreden en looplijnen)

Het regelen van voorzieningen verloopt altijd via de studentendecaan. Vraag de studentendecaan naar de voorwaarden en de mogelijkheden!

Windesheim op 1

Windesheim is de beste grote hogeschool in de begeleiding van studenten met een functiebeperking. Dit blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van het Centrum Hoger Onderwijs Informatie (C.H.O.I.), in opdracht van het Expertisecentrum handicap + studie.