Lerarenopleiding Godsdienst

Eerste jaar

Je volgt een vast onderwijsprogramma, de major. Je verbreedt je kennis met minors. Deze kies je zelf.

Basiskennis

We zorgen ervoor dat je een brede basiskennis hebt van theologie en levensbeschouwing. Daarnaast leer je meer over geloof en spiritualiteit in de samenleving. In het eerste jaar volg je de vakken samen met de studenten van Godsdienst-Pastoraal Werk. In het tweede jaar ga je verder met de opleiding waar je voor gekozen hebt: Lerarenopleiding Godsdienst en Levensbeschouwing. 

Vakken in de opleiding

We werken tijdens de opleiding in 'arrangementen', waarbij deels theorie, deels praktijk en deels reflectie centraal staat.

Vakken die je in het eerste jaar onder andere krijgt
Religie in meervoud Een verkenning van de begrippen zingeving, levensbeschouwing en religie. Wat betekenen de begrippen? Hoe komen we zingeving, levensbeschouwing en religie tegen in de maatschappij? Via kenmerken onderzoeken we verschillende religieuze en levensbeschouwelijke stromingen. 
Ritueellab Rituelen zijn een integraal onderdeel van menselijke zingeving. Vanuit deze basisgedachte worden alledaagse rituelen en levensbeschouwelijke rituelen verkend. Hierin blijven we dicht bij huis, dat wil zeggen dat we meer aandacht besteden aan herkenbare rituelen. 
Ethiek (goed en kwaad) Vanuit verschillende ethische stromingen denk je na over ethische dilemma’s in het werkveld 
Heilige boeken De heilige boeken van de vijf wereldgodsdiensten (jodendom, christendom, islam, hindoeïsme, boeddhisme) staan centraal. Studenten maken kennis met deze geschriften en leren over de leefwereld en de historische situatie waarin zij ontstonden. Verder leren ze over de structuur en inhoud van deze heilige boeken. Daarbij worden belangrijke thema’s en hoofdfiguren besproken. 
Inspiratie en communicatie Communiceren kun je leren. Voor de levensbeschouwelijk professional is het belangrijk de eigenheid/identiteit binnen de levensbeschouwelijke groep die hij/zij eventueel vertegenwoordigt, te leren kennen en daarover publiekelijk te kunnen communiceren. Het aanleren van vaardigheden om dit op professionele, reflectieve en vooral ook inspirerende wijze te doen staat centraal. 
Leren met kunst We besteden aandacht aan het vormgeven van leerprocessen waarin er verbindingen worden gelegd tussen levensbeschouwingen en diverse kunstuitingen. 

Basis leggen voor je specialisatie

In het propedeusejaar en de eerste helft van het tweede jaar leg je een basis (niveau 1). Zo kun je laten zien dat je klaar bent om je echt te specialiseren in de opleiding van jouw keuze. De focus komt steeds meer te liggen op de praktijk. Maar er komt ook nog genoeg theorie aan bod. In het tweede jaar moet je in deze fase in totaal 30 ECTS behalen.

Studeren en ontdekken

Je volgt colleges over de vraag wat geloof is en hoe je dat definieert. Ook zijn er colleges over de plek van rituelen in de samenleving en over de veelkleurigheid van religieuze groepen en verschijnselen. Mensen uit het werkveld verzorgen gastcolleges in de ateliers. En via excursies ontdek je hoe geloof en zingeving een plek heeft in de samenleving. Student schildert goedheid, wanhoop en liefde

In het vak 'heilige boeken' leer je hoe de Bijbel is ontstaan en hoe de Bijbel en andere heilige geschriften, zoals de Koran, tot op de dag van vandaag doorwerken. Verder krijg je colleges over de manier waarop religieuze organisaties zoals kerken, maar ook scholen en vrijwilligersorganisaties zijn georganiseerd. Je leert reflecteren op hun plek in de samenleving.

Verder bezoek je in het eerste jaar een aantal stageplekken om te ontdekken wat het vak van leraar precies inhoudt.

Een gemiddelde studieweek

Je komt voor colleges, leerpleinen en ontmoeting met medestudenten en docenten twee à drie dagen per week naar Zwolle. Colleges volg je met ongeveer 15 medestudenten. Minstens een dag per week is ‘de wereld’ je leeromgeving en verken je de praktijk door korte oriënterende stages. In totaal besteed je hier in het eerste jaar van de Lerarenopleiding Godsdienst en Levensbeschouwing 140 uur aan. De rest van de tijd bestudeer je literatuur, maak je opdrachten, verzamel en verwerk je informatie en schrijf je papers.

Je krijgt opdrachten, zoals het bedenken en uitvoeren van een viering voor leerlingen op een vmbo-school of het ontwikkelen van lesmateriaal over geloof voor jongeren. Regelmatig werk je aan opdrachten samen met andere studenten. Ook ontwikkel je vaardigheden op het gebied van reflectie en persoonlijke ontwikkeling. Je studieresultaten en je bewijzen van vakbekwaamheid bewaar je in een digitale map: het portfolio. 

Bindend Studieadvies (BSA)

In een studiejaar kun je 60 studiepunten verzamelen. Deze studiepunten krijg je voor je tentamens en voor projecten. Om na het eerste jaar over te kunnen naar het tweede studiejaar, moet je 54 van de 60 punten behaald hebben. Als je 54 punten of meer haalt, ga je rechtstreeks over naar het tweede jaar en ontvang je een zogeheten positief studieadvies. Dit betekent dat de opleiding er vertrouwen in heeft dat jij de opleiding binnen een redelijke termijn kunt afronden. Heb je niet voldoende studiepunten, dan is het mogelijk dat je een negatief studieadvies ontvangt. Let op: dit advies is bindend. Een negatief studieadvies houdt dus in dat je de studie moet verlaten.