Social Work

Oud-student aan het woord

Emiel van Veen: ‘Wat ik doe, doet ertoe’

‘Ik liep stage bij het team Veiligheid en Leefbaarheid  van de gemeente Zwolle. Deze stage was echt bepalend voor mijn toekomst. Ik werkte in een prettig team en coördineerde hulp aan Emiel van Veenmensen die kampten met een combinatie van verschillende problemen. Na mijn afstuderen kreeg ik een baan bij hetzelfde team. Daar werk ik nu als coördinator nazorg voor ex-gedetineerden. Ik help deze mensen om hun leven weer op de rails te krijgen. Ik koppel (zorg)partijen aan cliënten die vervolgens allerlei praktische zaken regelen op het gebied van huisvesting, inkomen en werk, schulden en zorg.
Sinds de komst van de sociale wijkteams, is mijn rol veranderd. Eerst was ik intensief betrokken bij elk traject, nu stuur ik het proces meer van bovenaf en zorg ik voor een aanpak op wijkniveau. Ik voel me helemaal op mijn plaats in mijn werk. De onderkant van de samenleving fascineert me en ik heb het gevoel dat ik echt iets kan betekenen voor mensen in moeilijkheden. In dit werk geef je mensen nieuwe kansen maar moeten ze wel zelf de draad oppakken. Vrienden zeggen wel eens: wat jij doet, doet ertoe.’Klaas-Jan Dunnink

Klaas-Jan Dunnink: ´Ze worden vaak als lastig ervaren´

'Vitree-Jeugdzorg behandelt jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB), met gedragsproblemen. Een bijzondere doelgroep, want aan de buitenkant zie je meestal niet dat deze jongeren een handicap hebben, waardoor ze tegen veel onbegrip aanlopen. Met name in de puberteit komen deze problemen sterker naar voren. Ze worden vaak als ‘lastig’ ervaren. Voor mij zijn ze echter vooral erg kwetsbaar, zeker als er naast deze verstandelijke beperking sprake is van bijvoorbeeld autisme of ADHD.

Als regiomanager ben ik o.a. verantwoordelijk voor het financiële plaatje. En dat valt niet mee in een tijd waarin de kosten van de zorg steeds meer onder druk komen te staan. Ook houd ik me bezig met de ontwikkeling van de organisatie en de medewerkers. Wat gaat goed, en wat kan beter? Niet voor onszelf, maar uiteindelijk in het belang van onze cliënten.’