Social Work

Tweede jaar en verder

Vanaf het tweede jaar werk je aan je ontwikkeling tot sociaal werker en verdiep je je in het door jou gekozen profiel.

Jaar 2: algemene en profielvakken

Social Work studenten op een trap

Vanaf het tweede jaar krijg je meer ruimte om aan de slag te gaan met je profiel. Ongeveer de helft van je tijd kun je in het tweede jaar daaraan besteden. De Integrale Beroepstaak is voor iedereen gelijk, maar de inkleuring ervan wordt bepaald door jouw profielkeuze. Tijdens de profielvakken krijg je de kennis die hoort bij dat profiel en word je getraind in de specifieke vaardigheden die daarbij horen. Tijdens de algemene vakken krijg je steeds meer kennis en leer je hoe je het gedrag van cliënten kunt begrijpen. We besteden ook in dit jaar veel aandacht aan de ontwikkeling van je communicatieve vaardigheden en jouw eigen professionele ontwikkeling.  Door te luisteren en te leren van elkaars verhalen krijg je steeds meer inzichten die je later helpen in je beroep. 

Leren in de praktijk

In het tweede jaar van de opleiding ga je leren en ervaring opdoen in de praktijk. Zo ervaar je hoe het is om professioneel samen te werken, binnen een team en organisatie. De keuze voor de plek waar je die ervaring opdoet is gekoppeld aan je profiel. Tijdens dit tweede jaar van de opleiding draai je 12 uur per week mee op je praktijkplek. Om alle facetten van het professioneel samenwerken te leren kennen, zijn er halverwege het jaar twee intensieve weken waarin je volledig meedraait op je praktijkplek.

Jaar 3 en 4: stage en minor

In de tweede helft van de opleiding ga je de kennis en vaardigheden die het werk van je vraagt, uitvoeren in de praktijk. We noemen dit de semesterstages. Je bent dan gedurende vier dagen per week in een instelling die past binnen je gekozen profiel. Je hebt twee keer een half jaar stage. Je kunt ervoor kiezen deze allebei in het derde jaar te doen. Dan begin je het vierde jaar met een minor. Je kunt ook een van de stages in het vierde jaar doen. Dan doe je je minor in het derde jaar.

Minors

Een minor in het derde of vierde jaar volg je om jouw kennis over een specifieke doelgroep, bepaalde problematiek of een veelvoorkomend Social Work-thema te verdiepen en verbreden. Je kunt kiezen uit: 

Verslavingskunde

Een sigaret, een glas wijn of bier, een blowtje, een pilletje XTC, een lijntje cocaïne. Het gebruik van genotmiddelen is niet meer weg te denken uit onze samenleving. Voor de meeste mensen is dat geen probleem. Toch blijkt uit cijfers dat in Nederland één op de tien mensen kampt met een verslaving. Bij de minor Verslavingskunde leer je alles over middelen, de effecten, hoe een verslaving zich ontwikkelt, de relevante wetgeving, geschiedenis en trends. Ook leer je hoe je in diverse situaties middelenproblematiek kunt signaleren, hoe je het onderwerp bespreekbaar kunt maken en welke doorverwijzingsmogelijkheden er zijn.

Gehandicaptenzorg

Stel, je hebt een beperking doordat bijvoorbeeld je ontwikkeling gestagneerd is of omdat er tijdens je leven hersenletsel wordt geconstateerd. Dat betekent in een aantal gevallen dat je blijvend ondersteuning nodig hebt om je keuzes vorm te geven of om echt mee te doen in de samenleving. Als sociaal werker betekent dit voortdurend meebewegen, vertalen, afstemmen, een beroep doen op jouw creativiteit, omgaan met moeilijk gedrag en iemand recht doen door zoveel mogelijk regie te laten bij de persoon (en soms overnemen omdat je dan juist iemand recht doet).

In deze minor ga je aan de slag met uitdagende vraagstukken uit de praktijk, of het nu gaat om mensen met een ernstige meervoudige beperking, iemand met een autisme spectrum stoornis of iemand met een licht verstandelijke beperking. Personen met een verstandelijke beperking/ontwikkelingsstoornis of niet-aangeboren hersenletsel staan centraal en jij leert hoe je afstemt, regie voert en innoveert door met allerlei disciplines samen te werken binnen organisaties.

Children & media

De wereld van de techniek en de media verandert snel. Hoe ga je om met de mogelijkheid om 24 uur online te zijn, te chatten, te Whatsappen, te twitteren, instagrammen, enz. In deze minor maak je kennis met de invloed van media op kinderen, jongeren en volwassenen. Daarnaast leer je hoe je kinderen en ouders/opvoeders hierbij op de juiste manier kunt begeleiden vanuit je rol als sociaal werker in het gezin, op school of binnen een instelling. Je wordt expert in de manier waarop je op een creatieve manier met de beschikbare media van de huidige tijd kan omgaan.

Werken met multiprobleemgezinnen

Als sociaal werker kun je terecht komen in gezinnen waar complexe problemen spelen. Kinderen zwerven over straat, ouders verwaarlozen hun kinderen en er zijn signalen van huiselijk geweld. De ouders hebben schulden en er is sprake van een verslaving. Deze gezinnen met complexe problemen noemen we multiprobleemgezinnen. Voor sociaal werkers een hele uitdaging om hier mee om te gaan. In deze minor leer je onder meer hoe je multiproblematiek kunt signaleren en analyseren en hoe je een bijdrage kunt leveren aan de organisatie van een netwerk van hulpverlening rondom een multiprobleemgezin.

Psychiatrie, verslaving en samenleving

In deze minor wordt uitgebreid aandacht besteed aan psychiatrie en verslaving, de relatie daartussen en de samenhang met de samenleving. We sluiten aan bij de herstelgerichte visie. Je combineert theorie, een praktijkgerichte opdracht en ambachtelijke/methodische vaardigheden. De minor is aangepast aan de laatste ontwikkelingen in de Geestelijke Gezondheidszorg (inclusief verslaving) en is een verplicht onderdeel als je het certificaat GGZ-agoog wilt halen (een keuzemogelijkheid in de profielen Zorg en Welzijn & Samenleving).

Werken in gedwongen kader

De minor behandelt verschillende aspecten van de gedwongen hulpverlening. Bij gedwongen hulpverlening kun je o.a. denken aan hulpverlening vanuit justitiële kaders (TBS, reclassering, Justitiële jeugdinrichting), kinderbescherming, JeugdzorgPlus-instellingen en de geestelijke gezondheidszorg.

Minor in het buitenland

Met de minor International Sustainable Development (ISD) kun je vier maanden naar de ontwikkelingslanden Suriname, Cambodja, Zuid-Afrika, Gambia, Uganda, Vietnam of Indonesië (Bali). Voor elke studie is er een uitdagend project.

Minor bij andere opleidingen

Je kunt kiezen uit een groot aanbod minoren bij andere opleidingen op het gebied van Gezondheid en Welzijn of daarbuiten.

Minor bij andere hogescholen

Wil je een minor volgen op een andere hogeschool? Kijk dan op de website van Kies op Maat. De examencommissie toetst je plannen om er voor te zorgen dat je een volwaardig hbo-bachelordiploma behaalt.

Meer specialisaties

Naast je profielkeuze en je keuze voor een minor, kun je je nog verder specialiseren, zodat je een van de volgende aantekeningen of supplementen bij je diploma krijgt:
Jeugdzorgwerker
Ervaringsdeskundige
Psychiatrie en verslaving: GGZ-agoog
Gehandicaptenzorg

Studeren in het buitenland

JeugdStuderen of stagelopen in het buitenland is een wereldervaring. Je bent voor langere tijd weg van thuis, ontmoet mensen in een andere cultuur, maakt kennis met andere gewoonten, gebruiken en omgangsvormen en doet levenservaring op. Zo kun je veel leren over de mensen waar je mee werkt en tegelijkertijd jezelf beter leren kennen. Hoe ga je bijvoorbeeld creatief om met de middelen die er zijn? Hoe kijken sociaal werkers in andere landen tegen problemen aan waar we ook in Nederland mee hebben te maken? Hoe ziet het beroep van sociaal werker in een sloppenwijk van Oeganda eruit? Interessante vragen die jij kan beantwoorden als je je blik gaat verruimen in het buitenland.

Jaar 4: Afstuderen

Je onderzoeksproject is het sluitstuk van je studie. Daarin laat je zien wat je aan kennis en vaardigheden in huis hebt. Een half jaar lang werk je aan een praktijkgerichte onderzoeksopdracht voor een instelling die je zelf gekozen hebt. 
Tijdens je afstudeeropdracht doe je bijvoorbeeld onderzoek naar: 

  • het leefklimaat van jongeren binnen de jeugdzorg
  • de kwaliteit van leven van mensen met dementie in hun thuissituatie
  • preventieprojecten voor GGZ-Nederland, om te voorkomen dat licht verstandelijk beperkte jongeren verslaafd raken
  • een methodiek voor de inzet van nieuwe media in de jeugdhulpverlening
  • de groepsdynamica bij kinderen in het speciaal onderwijs
  • de juiste methode tegen pesten in het basisonderwijs
  • Oplossingen voor armoedevraagstukken of schuldenproblemen