C bij avond

Blog van docent Pauline Visser

Stoere meid met knotje

Vandaag, woensdag 11 oktober, is anders dan anders. Achteraf blijkt dit de dag te zijn voordat Anne Faber gevonden wordt. Mijn man en een aantal van zijn collega’s van Defensie zijn ter ondersteuning van de politie opgeroepen om te helpen. Op deze woensdag zoekt hij naar Anne. Ook voor hem geen normale dag.

Het journaal opent met berichtgeving rondom de verdachte. Soms heb je zo’n gevoel dat er iets is, maar weet je niet precies wat. Het bericht zoemt nog even na in mijn hoofd. Waar was het ook alweer? Hoe heette die kliniek nou? Den Dolder. Aventurijn. Waarom komt dit me zo bekend voor? Ik weet het niet. Hup opschieten, snel naar mijn werk. Ik app mijn man nog snel een hartje en dat ik aan hem denk voor ik in de auto spring.

Later die dag weet ik het ineens: een afstudeeronderzoek! Vorig jaar heb ik een student begeleid die haar afstudeeronderzoek heeft verricht bij een andere afdeling van Aventurijn in Den Dolder. Deze student, ik noem haar ‘stoere meid met knotje’, heeft echt gebikkeld. Stoer door haar voorkomen: simpele, strakke, zwarte kleding, haar haar altijd in een knot en een zeer nuchtere persoonlijkheid. Stagegelopen in het gevangeniswezen en interesse in de psychiatrie en verslavingszorg. Met recht stoer te noemen dus. Gebikkeld omdat het één van de vele doeners is die tegen het afstudeeronderzoek opzien. Dit heeft haar niet belemmerd om vanaf moment één de koe bij de horens te vatten. Ze is direct de literatuur in gedoken en heeft uren en uren getypt. Haar onderzoek richtte zich op methoden en technieken voor social werkers om recidive en terugval te voorkomen bij cliënten met een verstandelijke beperking in de forensische psychiatrie. Een lastig, maar zeer relevant thema.

Afgelopen september heb ik haar scriptie aangemeld voor de Scriptieprijs Reclasseringswerk 2017. We wachten nog in spanning af. Voor mij heeft de stoere meid met knotje al gewonnen. Dit zijn de studenten die je hoop geven. Die lastige thema’s aangaan en bespreekbaar maken. Bevragen, bekritiseren, bedenken en aanjagen. Studenten die het afstudeeronderzoek niet alleen zien als iets om ‘het papiertje mee te halen’, maar als een kans om het werkveld te verbeteren. We hebben studenten als de stoere meid met het knotje nodig. Die aanpakken en met de poten in de klei durven te staan. Ik ben apetrots op haar.


'Ik zou voor u omdraaien hoor juf!'

Ik zou voor u omdraaien hoor juf Daar sta ik dan. In een grote hoorcollegezaal, tl-verlichting, geen daglicht of frisse lucht. Het is onmogelijk ongezien weg te komen. Het ruikt muf en het zuurstofgehalte in de lucht is minimaal. Het is te warm om het nog prettig te noemen en niet warm genoeg om de twee enorme groene, metalen deuren van de nooduitgang te openen. ‘Zou er dan een alarm afgaan?’, vraag ik me af. 150 paar vragende ogen kijken me aan. Hoe ben ik hier in hemelsnaam beland?

Fris uit het werkveld van de gedwongen jeugdzorg sta ik op het punt mijn allereerste grote hoorcollege te geven op mijn derde dag als docent van de opleiding Social Work. In de gedwongen jeugdzorg maak je het nodige mee en is het jezelf staande houden in complexe situaties eerder regel dan uitzondering. Sta ik voor mijn nieuwe baan voor het eerst voor een volle zaal met eerstejaars studenten en voel ik me ineens onzeker. Die had ik niet zien aankomen. Mijn witte blouse plakt aan mijn rug en ik voel dat ik rode blosjes heb. Iets wat ik gelukkig wel vaker heb, alleen dan door make-up. Als roodharige moet je toch iets doen om vragen als ‘ben je ziek?’ of ‘heb je wel goed geslapen?’ te voorkomen.

Groepjes studenten kletsen, de één kijkt op zijn telefoon, de ander bekijkt samen met een klasgenote haar Facebookpagina op de laptop. Achterin staat een groepje om een paar zittende jongens heen. De meeste studenten hebben hun jas nog aan. In mijn linkerhand heb ik voor het eerst een microfoon. Ik klungel. Toch maar naar rechts, toch weer naar links en toch weer naar rechts. Ik vind interactie met studenten belangrijk. Op dag één en twee heb ik gemerkt dat ik tijdens colleges bijzonder veel rondloop en met veel handgebaren praat. Dit zwart-grijze ding in mijn hand belemmert me.

Oké, daar ga ik dan. De startpagina van de PowerPoint staat voor en ik klik de microfoon aan. Ik roep iets in de microfoon: er volgt een luide, hoge pieptoon. Shit. Dat schreeuwen is nou net niet meer nodig met dat ding. Studenten schrikken op en doen hun handen voor hun oren. Ze kijken me onderzoekend aan of ik boos ben. Mijn man zou heel hard moeten lachen. ‘Goede introductie, felle rooie’, hoor ik hem in gedachten zeggen.

Ik stotter en voel aan mijn gezicht. Rode blosjes zijn rode vlekken geworden. ‘Sorry, het is de eerste keer dat ik dit ding (ik houd de microfoon in de lucht) gebruik (is niet hoorbaar omdat ik de microfoon in de lucht houd) en het is even wennen.’ Ik ratel door: ‘Ik voel me net Beyoncé, eh, alleen kan ik niet zingen, en, eh, niet zo goed dansen en, eh, heb ik niet haar rondingen.’ Ja verstandig.. Lekker bezig, denk ik. De studenten bekijken me nu van top tot teen, stoten elkaar aan en geroezemoes ontstaat. Eén van de jongens achterin roept naar voren: ‘Nou dat laatste weet ik zo net nog niet hoor!’ De groep barst in lachen uit en ik moet ook lachen.

Ik bedank hem ongemakkelijk voor het compliment en pak de draad snel op. ‘Ondanks dat ik de mogelijkheden van een zangcarrière graag met jullie bespreek en het voelt alsof ik in The Voice of Holland sta, gaan we nu echt starten met het eerste hoorcollege van het vak Psychologische Stromingen. Ik nodig jullie allen van harte uit, net als.. -wat is jouw naam achterin?- net als Koen, om vooral te reageren en je vragen te stellen tijdens het college. Dit mag tussendoor, ik houd namelijk van interactie.’

Aan het einde evalueer ik de les. Een studente roept: ‘Ik zou voor u omdraaien hoor juf!’ Ik bedank de studenten voor hun aandacht en aanwezigheid en sluit de les af. De studenten applaudisseren. Ik lach en voel dat ik kippenvel krijg. Wat ben ik een bofkont dat ik deze studenten mag onderwijzen, hun interesse en hun vragen verwonderen en raken mij. Misschien is zo’n podium zo gek nog niet.


Over Pauline Visser

Pauline Visser is maatschappelijk werker en psycholoog, gespecialiseerd in het veiligheidsdomein (o.a. gericht op high-risk beroepen binnen politie en Defensie en risico- en conflictmanagement). Ondanks dat ze werk en privé graag gescheiden houdt, is ze in een oude F-16 loods getrouwd met militair Thomas. Sinds 2016 is ze docent bij de opleiding Social Work op Hogeschool Windesheim. Met veel gedrevenheid geeft ze psychologie gerelateerde vakken en begeleidt ze studenten tijdens hun jaarstage en afstudeeronderzoek. Pauline neemt haar werkervaring als gezinsvoogd in de gedwongen jeugdzorg en projectontwikkelaar bij gemeenten mee naar de lessen en gelooft in de verbinding tussen praktijk en theorie. Naast haar passie voor het coachen van mensen en talentontwikkeling, heeft ze een passie voor kunst. Je zou zo maar eens ergens kunst van haar bedrijf Kunstvangst tegen kunnen komen.