Human Resource Management

Blog van docent

Voor het belangrijkste werk ter wereld bestaat geen diploma
Een hapje van een donut… mag dat?
De kracht van verhalen
Apetrotse ouders
De studentenrechtbank

Voor het belangrijkste werk van de wereld bestaat geen diploma

Het is nog donker als ik mijn fiets parkeer voor de rechtbank van Zwolle. Ik loop het gebouw binnen en meld me bij de beveiliging. ‘Anne Velema, docent Windesheim. Ik kom hier met 30 studenten van de minor Vernieuwend Organiseren.’ Ik leg mijn paspoort voor me neer op de balie. Na een vluchtige blik in het paspoort en een onderzoekende blik op mij, krijg ik een goedkeurend knikje van de mevrouw achter de balie. ‘U zit in 11. En oh ja, het kon wel eens een drukke dag worden vandaag, meneer’, zegt ze nog. Ik loop door naar de controle. Het doet me altijd denken aan Schiphol. Zakken leeg, laptop uit de tas, alles door de controle. Dan armen wijd, benen gespreid en nog even met de detector overal langs.

We zitten voor de afronding van het vak Juridische Context binnen de minor Vernieuwend Organiseren op deze bijzondere plek. De studenten pitchen een wetsvoorstel in drie minuten waarvoor ze draagvlak proberen te krijgen. Naast mij zit Kirsten Barkmeijer. Ervaren trainster, docent, auteur. Met net als ik een grote liefde voor storytelling. ‘Neem me mee in je verhaal’, zegt ze tegen de studenten aan het begin van de ochtend.

De ene na de andere pitch klinkt. Steengoede en creatieve wetsvoorstellen buitelen over elkaar heen. Ze vechten in mijn hoofd om aandacht.

Na vijftien pitches een korte pauze. Toe aan een goede kop koffie. Door de grote glazen pui zie ik vier politiebusjes voor de rechtbank staan. Da’s meer dan anders, denk ik. Links en rechts van onze zittingszaal zie ik in totaal zes politieagenten wat onrustig heen en weer lopen en overleggen.

In de imposante gangen van dit gerechtsgebouw zoeken Kirsten een ik een plekje om te klankborden.

Na mijn laatste slok prima automatenkoffie wil ik de zittingszaal weer binnenlopen. Een beveiliger wenkt me. ‘Meneer, in 1 en 2 begint zo een moordzaak. Zeventig nabestaanden zijn vanuit Deventer onderweg naar de rechtbank. Goed dat u er even van weet.’

Ik informeer de studenten. Het bericht maakt indruk, zo lees ik in de ogen van een aantal. We gaan verder met de tweede helft van de pitches.
Lindsey start zelfverzekerd. Een jonge vrouw met een missie. Diploma’s zijn overal voor nodig, start ze. Veterstrikdiploma, zwemdiploma, basisschool, middelbare school, rijbewijs. In een minuutje flitst mijn eigen jeugd in flarden aan me voorbij.
‘Om juf te worden op de basisschool heb je een vierjarige HBO-studie nodig. Maar om zelf een kindje te krijgen om voor te zorgen, zo ongeveer het meest belangrijke wat er is in dit leven, daarvoor zijn nul komma nul diploma’s vereist.’

En dus pleit Lindsey voor de invoering van een ouderschapsdiploma. ‘Want’, betoogt ze, dat zou wel eens vaker dan ons lief is kunnen voorkomen dat mensen hier belanden’. Ze vertelt ter onderbouwing van haar standpunt over de aangrijpende jeugdjaren van de bekende crimineel Willem Holleeder. Een jeugd die getekend werd door mishandeling en alcoholmisbruik. Hoe sterk heeft dat het leven van deze man verziekt? Haar verhaal is rond. Een kop en een staart. Elementen van storytelling. Retorisch goed verzorgd. Levendige intonatie. Maar vooral: ze heeft me aan het denken gezet.

Een ouderschapsdiploma. Zou de mevrouw van de beveiliging ‘m hebben gekregen? De ijsberende politieagenten op de gang? De Officier van Justitie en de rechter in zittingszaal 1? De twee verdachten van de moord op de 26-jarige uit Deventer? Ikzelf?

Op de fiets terug naar Windesheim mijmer ik wat door over deze vraag. Mooi hoe deze studente door middel van een pitch van drie minuten je zo aan het denken kan zetten!
Onderweg naar mijn werkplek even langs de meer dan prima automatenkoffie van Windesheim. Verse bonen. Gewapend met koffie en een boterham zoek ik mijn werkplek op. Ik open nos.nl en het eerste wat ik lees is het bericht dat het toch nog is geëscaleerd in de rechtbank van Zwolle. Ondanks de zware beveiliging en politie-inzet van meer dan twintig agenten. ‘Tijdens een schorsing in de rechtbank van Zwolle probeerde de moeder van het slachtoffer met andere familieleden de verdachten aan te vallen. Ze riep daarbij dat ze de verdachten in hun gezicht wilde slaan. Een andere man riep dat hij ze dood wil maken.’

Ik ben nog lang niet uitgedacht over deze dag.


Een hapje van een donut… mag dat?

Ik loop de klas binnen met donuts in de hand. Het valt op. Nieuwsgierige blikken van de studenten. Er klinkt geroezemoes. Ik start mijn vak ontslagrecht alsof er niets bijzonders aan de hand is en neem de tweedejaars HRM-studenten mee in het zogenoemde paardenmiddel uit het ontslagrecht: ontslag op staande voet.

hapje van een donutIk begin met een vraag: zou je in Nederland op staande voet ontslagen kunnen worden vanwege het eten van een hap uit een donut van de werkgever (supermarkt)?

‘Nee, dat zou écht bizar zijn.’ Iris heeft een verontwaardigde blik in haar ogen. Marc ziet meer ruimte. ‘Was er een zero tolerance beleid? Was er eerder al gewaarschuwd door de werkgever?’

Dit zijn schitterende leermomenten. We zouden ook samen de wettekst kunnen gaan lezen, maar de praktijk spreekt zoveel meer tot de verbeelding. En vanuit de verhalen uit de praktijk komt de theorie vanzelf langs.

Ik neem ze mee naar een situatie waar een werkgever dus echt een werknemer (ik noem haar Joyce) op staande voet heeft ontslagen vanwege een hap in een donut.

De werknemer staat dan met 3-0 achter. Eén: baan kwijt. Twee: loon kwijt. Drie: recht op WW verspeeld. Het enige wat Joyce zou kunnen doen is een bezoek aan de rechtbank: verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet. Niets te verliezen.

En dat deed Joyce. Heeft het kans van slagen?

Ik pak een weegschaal. Die heeft Vrouwe Justitia ook. Want er moet gewogen worden. Standpunt werkgever versus standpunt werknemer. En dan wegen. Wat weegt het zwaarst?

Ik geef steeds wat meer informatie uit de casus prijs.

Je ziet de studenten dubben. Discussiëren. Twijfelen.

Joyce was een aantal keren eerder voor datzelfde ongeoorloofde proeven gewaarschuwd door de werkgever. ‘Maar dan heeft ze het er gewoon zelf naar gemaakt’, zegt Stef resoluut.

Joyce werkte al 17 jaar bij de supermarkt. En was alleenstaande moeder van jonge kinderen. ‘Kom op! Natuurlijk dom van haar, maar vanwege een hapje uit een donut direct aangewezen op een bijstandsuitkering. Dat slaat toch helemaal nergens op’, vindt Melissa. Joyce nam een hap van de donut om te proeven hoe deze nieuwe variant smaakt. ‘Best lief’, aldus Bas.

Zo zijn we samen aan het zoeken en neem ik ze uiteindelijk mee in het oordeel van de rechter. Die vindt het ontslag op staande voet een te zwaar middel afgezet tegen de persoonlijke omstandigheden van Joyce. Een disproportioneel ‘staande voetje’ dus. Maar het ontbindingsverzoek werd alsnog toegewezen met een beperkte toekenning van transitievergoeding. Over die ontbindingsprocedures gaan we het komende week hebben. Een medewerker van een bekende supermarkt die in de laatste zeven jaar 1156 van de 1820 werkdagen ziek is geweest. Een verzuimpercentage van 69% tegen een gemiddelde van 4%. Frequent ziekteverzuim? En dus een ontbindingsgrond? Tot volgende week!

Oh ja. Die meegebrachte donuts moeten nog op. Iemand een hapje?

studenten nemen een hapje van een donut


De kracht van verhalen

Een oude Amerikaanse schoolbus staat pontificaal voor de hoofdingang van Windesheim geparkeerd. Hij is van NPO Radio 1. De hele dag zijn ze te gast op onze campus, zoekend naar een antwoord op de vraag hoe het hoger onderwijs nog beter kan.

Docent arbeidsrecht van de hbo studie Human Resource Management Anne Velema en NPO1

lk mocht daar wat over zeggen. Vertellen, beter gezegd. Want dat is mijn boodschap. Het onderwijs wordt beter van verhalen. Verhalen die raken, boeien, inspireren, beklijven, theorie tot leven brengen en vooral ook: die makkelijk doorverteld kunnen worden.

De meest beroemde speech van Martin Luther King was de speech waarbij hij zijn publiek meenam in een wensdroom voor een betere wereld. Ze hingen met vele tienduizenden aan zijn lippen. Over inspiratie gesproken… Hij had iets kunnen zeggen in de sfeer van: ‘Waar ik voor wil strijden, waar ik mijn leven lang voor knok, is dat rassendiscriminatie van deze aardbodem gevaagd wordt.’ Op zich geen gekke zin. Maar of die eeuwen later nog mensen gaat raken? Wat hij zei, was: ‘I have a dream that one day my four little children will live in a nation where they will not be judged on the color of their skin, but on the content of their character’.

Tegenwoordig zouden we dit storytelling noemen.

Ook tweeduizend jaar geleden vertelde een leraar gewoon een verhaal. Een rabbi krijgt een vraag gesteld: wat moet ik doen om in de hemel te komen? Een oeroude vraag die mensen eeuwenlang heeft beziggehouden. De rabbi antwoordt: God liefhebben en je naaste ook. Maar wie is mijn naaste dan? De rabbi antwoordde met een verhaal. Een verhaal over een barmhartige Samaritaan. Wereldberoemd. Een verhaal dat beklijft en wordt doorverteld, nog steeds.

Daarom ga ik met studenten naar échte verhalen luisteren in de rechtbank. Dáárom laat ik studenten zelf een rol spelen in een verhaal: de studentenrechtbank. Maar vooral: dáárom vertel ik verhalen.


Apetrotse ouders

Het is met afstand de mooiste week van Windesheim. De week van de diploma-uitreikingen. Een week waarin het zindert op de Zwolse campus.
In vier of vijf jaar studietijd gebeurt zo veel. Jongens worden jongemannen. Meisjes worden jonge vrouwen.
En dan ineens is het zover. De studie is afgerond, het diploma kan worden afgehaald. Feest! De alumni in de dop trekken voor deze gelegenheid alles uit de kast. Zomerjurkjes, pumps, colberts, dassen. De docenten zien er tiptop uit. Het ademt feestelijkheid! Maar het mooiste vind ik misschien nog wel de apetrotse ouders.

Afgelopen woensdag waren de HRM-studenten aan de beurt. Elke afstudeerder mag wat gasten meenemen. Annika heeft haar ouders meegebracht en haar twee broertjes en zusje. Het gezin staat in het Atrium aan een statafel gezellig wat te drinken. Het officiële gedeelte begint over 10 minuten.
Ik stel me voor aan de ouders van Annika en kijk in twee paar stralende, glunderende ogen. Wat zullen ze blij zijn met hun dochter!

Annika met haar ouders en diploma ‘De eerste keer, zeker?’, vraag ik. Annika is de oudste. Vader knikt bevestigend. Zoon één doet de academische pabo en dochter twee gaat geneeskunde studeren. Zoon twee zit nog op de middelbare school. Dan valt het me ineens op dat hun kinderrij hetzelfde is als bij ons.
Zij twee zoons en twee dochters. Ik ook. Zelfs de volgorde is dezelfde. Meisje. Jongen. Meisje. Jongen. Alleen 15 jaar jonger. ‘Ik kan me denk ik een beetje voorstellen hoe u zich voelt. Aanstaande zaterdag mogen mijn oudste twee afzwemmen voor diploma A. Zes en vier jaar oud.’

Ik zie mezelf al naast het zwembad staan. Zoekend naar oogcontact als ze net onder het water door het gat zijn gezwommen. En dan die duim omhoog! Dan glim je als ouder van oor tot oor.
‘Ik denk dat het écht een beetje hetzelfde voelt, hoor’, zegt moeder trots. Deze ouders zijn heel blij met hun meisje. Hun meisje dat vijftien jaar geleden diploma A haalde, mag vandaag haar bachelordiploma in ontvangst nemen. Hun meisje dat in vier jaar Windesheim een jonge vrouw is geworden. Een jonge vrouw die helemaal klaar is voor de arbeidsmarkt.

Oh ja, zoekt u nog een zeer talentvolle en gedreven (junior) HR-adviseur. Ik weet er één!


De studentenrechtbank

‘We schorsen de zitting voor tien minuten’. Voor een snelle sanitaire stop loop ik naar het toilet. Vanuit zittingszaal tien loop ik de imposante gang van het gerechtsgebouw op. De stilte die hier heerst wordt doorbroken door het geklikklak van dameshakken. En fluisterende mannenstemmen. Een advocaat in toga overlegt nog met z’n cliënt op gympies. Aan het eind van de lange gang, vlak naast zittingszaal vier, zit het toilet.

Onderweg valt mijn oog op Timo. Vierdejaars HRM-student. Hij loopt te ijsberen door de gangen. Pleitaantekeningen stevig in zijn hand geklemd. Zijn ogen zoeken nu nog steun bij het papier. Dan weer de blik vooruit. Ik zie zijn lippen bewegen. Voorzichtige ondersteunende armgebaren. En dan een diepe frons. Hij is direct na de schorsing aan de beurt. Hij zal voor het belang van de op staande voet ontslagen werknemer Piet Hendriks gaan vechten.

Iets verderop zit studente Amira op een bankje. Ogen gesloten. Opperste concentratie. Ze bijt op haar lip. ‘Meneer de rechter, het kán toch niet zo zijn…’. Dat moet ‘m worden! De beginzin! Om vervolgens te bepleiten dat het niet van de werkgever gevergd kan worden om nog maar een dag, een uur, een minuut door te moeten gaan met Piet!

Amira telt de belangrijkste argumenten nog eens na op de vingers van haar hand. Duim: stringent bedrijfsprotocol. Wijsvinger: werkgever voert een stevig zero tolerance beleid. Middelvinger: Piet was nota bene al eens gewaarschuwd en een gewaarschuwd mens…

Dan slaat langzaam de zware kersenhouten deur naar zittingszaal tien open. Hier moet het gaan gebeuren. De studentenrechtbank. Studenten kruipen in fictieve ontslagzaken in de rol van vertegenwoordiger van werknemer of werkgever. In arbeidszaken hoeft dat niet per se een advocaat te zijn.
De twee matadors betreden hun arena. Hier gaat hun verbale gevecht plaatsvinden. De plek waar de juridische en retorische degens worden gekruist. Een strijd met woorden. Een strijd voor recht.

Ik kijk toe vanaf de plek waar normaliter de rechter partijen diep in de ogen kijkt. De plek waar de hamer klapt. Waar vonnissen gewezen worden. Links en rechts naast me zitten drie arbeidsrechtadvocaten die de prestaties van de studenten mede beoordelen.
Dit is misschien wel het mooiste onderdeel van mijn werk. De studentenrechtbank.

Geen lokaal op Windesheim waar gepresenteerd wordt, maar zittingszaal tien van de rechtbank van Zwolle.
Hier geen jeans en sneakers of jasje dasje, maar een toga met witte bef.
Hier geen steun bij papier, Prezi of Powerpoint, maar vier minuten lang overtuigen met je stem, met je houding, met je argumenten.

Publiek van medestudenten vult de zittingszaal. Een cameraman bedient twee camera’s voor de beste shots. Een fotografe met grote lens wacht geduldig op de mooiste plaatjes. Gespannen koppies. Een zenuwachtig kuchje doorbreekt de verwachtingsvolle stilte.

Timo start. Hij krijgt het woord en gaat staan. Hij neemt een slokje water, schraapt zijn keel, maakt oogcontact met de leden van de rechtbank en begint aan een gloedvol betoog. Passie, retoriek, levendige intonatie. Alles zit erin. Hij overtuigt van a tot z. Met een onderdrukte glimlach gaat hij zelfverzekerd zitten.

Nu Amira. Felle ogen, een professioneel verontwaardigde frons: ‘Geachte rechter’ start ze nog iets aarzelend. Maar dan vanuit haar tenen: ‘Het kán toch niet zo zijn…’


Over Anne Velema

Enthousiaste docent (arbeids-)recht, 1980, docent van het jaar 2014 Windesheim, getrouwd met Mirjam, vader van twee meisjes en twee jongens, spreker, schrijver. Wordt blij van een mooi gesprek over God en geloven, een goed glas rode wijn en (hard) rennen.