HBO-Rechten

Eerste jaar

Je leert de basisbeginselen van het recht en over de verschillende rechtsvormen. Je volgt hoorcolleges en werkcolleges. Er is meer.

In het eerste jaar staat 'het recht' centraal. Het bestaat uit vier blokken waarin telkens één thema aan de orde komt. Je leert de basisbeginselen van het recht, duikt in de verschillende rechtsvormen en leert over de gerechtelijke procedure. Daarnaast besteden we aandacht aan je juridische en communicatieve vaardigheden.

Thema's eerste jaar
  Thema  Globale inhoud 
Blok 1  Oriëntatie op het recht 
  • basisbeginselen recht
  • organisatiekunde
  • project
  • schriftelijke vaardigheid
Blok 2  Recht van de overheid 
  • verhoudingen tussen bestuursorganen
  • verhouding tussen bestuursorgaan en burger
  • strafrecht
Blok 3  Recht van de burger 
  • (juridische) adviesvaardigheid
  • vermogensrecht
  • Engels
  • personen- en familierecht
Blok 4  Het procesrecht 
  • geschillenoplossing
  • het starten van een gerechtelijke procedure
  • verloop van een procedure
  • mogelijke betrokkenen bij procedure
  • onderzoek 

Mix tussen theorie en praktijkbusinessstudent aan de telefoon

Naast de theoriecolleges die je volgt, werk je met medestudenten aan verschillende projecten. Daarnaast maak je ook zelf opdrachten. Alle opdrachten zijn gericht op de dagelijkse praktijk. Je schrijft bijvoorbeeld een rapport waarin je een juridisch advies geeft aan een organisatie en leert bezwaar te maken tegen het bouwen zonder vergunning.

Vakken in het eerste jaar

De eerstejaarsvakken sluiten aan bij de thema's. Je krijgt niet alleen juridische vakken. Je werkt ook aan juridische vaardigheden zoals mondelinge en schriftelijke communicatie en managementvaardigheden. Elk vak sluit je af met een tentamen.

Vermogensrecht

Je leert casussen op het gebied van overeenkomsten, (on)rechtmatige daad en goederenrecht juridisch te analyseren en hierbij je antwoord te onderbouwen. Je werkt actief met de wetbundel. Dit vak is voorbereiding op diverse vakken in het tweede en vierde jaar.

Inleiding recht

Bij dit vak krijg je een introductie in het vakgebied recht. Zo leer je welke rechtsgebieden er allemaal zijn en wat de bronnen zijn van het Nederlandse recht. Ook leer je hoe wet- en regelgeving in Nederland tot stand komt. Als je het vak hebt afgerond, kan je bijvoorbeeld uitleggen wat er kan gebeuren als je in een winkel werkt en het verkeerde prijsje op een artikel plakt. Maar ook wat de gevolgen zijn als je op 17 jarige leeftijd de auto van je vader ‘leent’ om te gaan oefenen voor je rijbewijs en per ongeluk tegen de auto van de buurman aan botst.

Zakelijke communicatie

Je leert correct en helder schriftelijk te formuleren. Je leert foutloos te spellen en formuleren, maar ook hoe je juridische adviezen helder opstelt. Daarnaast leer je hoe je juridische onderwerpen verwoordt naar in voor niet-juristen begrijpelijk taal.

Bestuursrecht

Bij dit vak leer je hoe het recht de verhouding tussen burgers en overheid regelt. Je bent na het behalen van dit vak in staat om een weg te vinden in de belangrijkste bestuursrechtelijke wet: de Algemene Wet Bestuursrecht.

Onderzoek

Je maakt kennis met basisbeginselen van praktijkgericht onderzoek. Je leert hoe je een probleem kunt ontleden, de juiste informatie vindt, goede onderzoeksvragen opstelt en de juiste onderzoeksmethoden daarbij gebruikt.

BSA wordt doorstroomnorm

Kies je voor HBO-Rechten, dan is er geen bindende studienorm (BSA) waaraan je moet voldoen. Wel geldt een doorstroomnorm van 54 studiepunten: je moet minimaal 54 punten halen voor toelating tot het tweede jaar van de opleiding.

Voldoe je niet aan de doorstroomnorm, dan kun je -in tegenstelling tot de BSA- wel op Windesheim de opleiding vervolgen. Je maakt in dat geval samen met de opleiding afspraken over hoe je de ontbrekende punten uit het eerste jaar gaat halen. Dit leg je vast in een onderwijsovereenkomst. In deze overeenkomst kunnen ook afspraken staan over de invulling van de persoonlijke profileringsruimte en/of het behalen van onderdelen uit het programma van het tweede jaar. Dit is afhankelijk van jouw situatie én van het onderwijsprogramma van het tweede jaar.