Kind die op het toetsenbord drukt op een computerscherm

Effectieve ondersteuning van leerlingen binnen het regulier voortgezet onderwijs door verbeterde samenwerking tussen ouders, school en jeugdhulpverlening

Onderzoeksproject (lopend) - Binnen de Academische Werkplaats Transformatie Jeugd 'Samen op School' Flevoland & IJsselland (AWTJ SoS) staat de samenwerking tussen scholen, jeugdhulpverlening, ouders en jeugdigen centraal. Eind 2015 is binnen de werkplaats AWTJ SoS een promotieonderzoek gestart rondom de werkzame bestanddelen en effectiviteit van samenwerking.

Sinds de invoering van de Jeugdwet in 2015 en de Wet op passend onderwijs in 2014 zijn gemeentes en schoolbesturen gezamenlijk verantwoordelijk voor effectieve ondersteuning van jeugdigen. Wanneer bij een leerling sprake is van complexe problematiek zal een school nauw moeten samenwerken met ouders en instanties voor jeugdhulpverlening. Het promotieonderzoek dat is gestart hoopt een wezenlijke bijdrage te kunnen leveren aan de vraag hoe de samenwerking tussen voornoemde actoren werkt en verbeterd kan worden ten behoeve van effectieve ondersteuning. De centrale vraag van dit onderzoek luidt: in hoeverre en op welke wijze leiden interventies in de onderwijszorgstructuur van drie verschillende scholen tot versterking van de basisondersteuning en vermindering van complexe leer- en gedragsproblematieken door middel van een verbeterde samenwerking tussen onderwijs, jeugdhulpverlening, jeugdigen en ouders.

Eigen expertise, normen en werkwijzen

Vanuit deze samenwerking brengen actoren ieder hun eigen expertise, normen en werkwijzen mee. Op dit raakvlak van verschillende disciplines is boundary crossing mogelijk, oftewel leren van andere praktijken. Waar deelnemers met allerlei expertises op deze wijze samenwerken, is het vernieuwend potentieel groot. De praktijk is echter weerbarstig. Effectieve samenwerking tussen ouders en school blijkt in de praktijk lastig te bewerkstelligen. In de Nederlandse context zijn ondersteuningstrajecten van jeugdhulpverlening en van scholen van oudsher gescheiden werelden, hetgeen effectieve samenwerking bemoeilijkt. Systemen zijn soms niet 'compatible' of terminologie komt niet overeen. Een extra complicerende factor is het feit dat de kennisbasis van elk individu deels uit impliciete kennis bestaat. Veel kennis wordt immers opgedaan in de eigen praktijk. Interpretaties van concepten die binnen de eigen praktijk gangbaar zijn worden als algemeen geldend beschouwd en niet expliciet gemaakt tijdens de samenwerking. Ook doelen en belangen van actoren blijven veelal impliciet. Misverstanden en conflicten liggen hier op de loer.

Misverstanden en conflicten kunnen ons echter ook verder helpen om goed samen te werken. Juist de frictie die ontstaat, legt verschillende perspectieven bloot. De verkenning van die perspectieven geeft participanten de mogelijkheid van elkaar te leren, zodat zij door samenwerking nieuwe kennis kunnen ontwikkelen.

Onderzoeksopzet

Het onderzoek is een mixed methods multiple case literal replication study met embedded cases. De case gaat over de samenwerking tussen ouders, school en jeugdhulpverlening ten behoeve van een effectieve pedagogisch-didactische ondersteuning. Drie scholen voor regulier voortgezet onderwijs zijn betrokken bij het onderzoek. Deze scholen zijn geselecteerd op basis van overeenkomsten. De embedded cases gaan over de samenwerking op meso-, micro- en nanoniveau. Op mesoniveau betreft het de samenwerking tussen vertegenwoordigers, bijvoorbeeld schoolleiders, teamleiders jeugdhulpverlening en leden van de ouderraad. De samenwerking op microniveau richt zich op de structurele of incidentele samenwerking die ten goede komt aan de kwaliteit van basisondersteuning voor alle leerlingen, bijvoorbeeld de adoptie van brugklassen door jeugdhulpverleners of een themaouderavond rondom gedragsproblemen die wordt georganiseerd door jeugdhulpverlening en mentoren. De samenwerking op nanoniveau betreft tot slot de samenwerking tussen docenten, ouders en jeugdhulpverlening rondom één specifieke leerling.

Abstract
Soort Mixed methods multiple case study
Omvang Drie scholen voor regulier voortgezet onderwijs
Opdrachtgever ZonMW
Betrokkenen Promotor dr. de Ruyter
Copromotor dr. Huizinga
Copromotor en supervisor dr. Goei
Status Lopend