Sportende scholieren (balsport)

Inhoud opleiding

In de Lerarenopleiding Lichamelijke Opvoeding ligt het accent op het lesgeven in sport- en bewegingsonderwijs en je functioneren als docent.

Leraar lichamelijke opvoeding worden?

Student van de Lerarenopleiding Lichamelijke Opvoeding werpt balAls docent mag je lesgeven in alle typen onderwijs: van basisschool tot vwo en van speciaal onderwijs tot hbo. Je bereidt de lessen voor, voert deze uit en evalueert ze. Je helpt leerlingen met bewegingsactiviteiten en je enthousiasmeert en stimuleert hen. Je observeert of het lukt en geeft tips om het beter te doen. Maar met je vakcollega’s doe je meer. Om leerlingen het plezier van sport en bewegen te laten ervaren, organiseer je sportdagen en participeer je in toernooien. En met je andere collega’s? Met hen werk je samen aan verschillende schoolprojecten, bijvoorbeeld op het vlak van ‘active lifestyle’.

Vaardigheden voor een beweegexpert

In de Lerarenopleiding Lichamelijke Opvoeding ligt het accent vooral op het lesgeven in bewegingsonderwijs en je functioneren als docent. Je doet hiervoor tijdens de opleiding de benodigde kennis en vaardigheden op en ontwikkelt een professionele houding. Je leert niet alleen hoe je les kunt geven, maar je verdiept je ook in de wijze waarop organisaties samenwerken en zet diverse activiteiten op die beweging en sport stimuleren, omdat je als leraar lichamelijke opvoeding erin gelooft dat bewegen voor al jouw leerlingen is weggelegd. 

Studieprogramma Lichamelijke Opvoeding

Je verdiept je in het brede werkveld van sport en bewegen, richt je in het tweede studiejaar op het basis-, het derde jaar op het voortgezet onderwijs en het vierde jaar op een onderwijstype dat je zelf kiest.

Jaar 1: brede oriëntatie op theorie en praktijk

Je volgt de propedeuse voor een groot deel samen met studenten van de opleidingen Sportkunde en Psychomotorische Therapie en Bewegingsagogie. Een aantal dagen per week richt je je op sport- en spelactiviteiten. Je krijgt les in bijvoorbeeld turnen, spel en zwemmen. Daarnaast verdiep je je op theoretisch vlak in onder meer anatomie en fysiologie.

Jaar 2: verdiep je in het basisonderwijs

Vanaf het tweede jaar volg je een programma dat direct is gekoppeld aan het beroep van een leraar lichamelijke opvoeding waarvoor we je opleiden. Je richt je in het tweede studiejaar op het basisonderwijs. De stages en vakken zijn daarop afgestemd. Daarnaast volg je theoretische vakken en blijf je activiteitspractica volgen, zoals turnen en atletiek.

Jaar 3: leer meer over het voortgezet onderwijs

In het derde jaar van de Lerarenopleiding Lichamelijke Opvoeding richt je je op het voortgezet onderwijs. De contacturen nemen af en de stage-uren nemen toe. Je probeert de activiteiten die je tijdens je stages wilt opzetten eerst uit met medestudenten. Zo kom je straks goed voor de dag!

Jaar 4: afstuderen als leraar lichamelijke opvoeding

In het eerste semester van het laatste jaar loop je drie dagen per week stage. Ook ben je druk met het opzetten en uitvoeren van een project. Jij bepaalt de context waarbinnen je stage loopt en waarop je je project richt: het mbo, het basis-, het voortgezet of het speciaal onderwijs.

Een collegeweek bij de Lerarenopleiding Lichamelijke Opvoeding

Deze bestaat uit ongeveer 40 uur. Je hebt gemiddeld 5 dagen per week les, waarvan 26 contacturen en 14 uur zelfstudie. Naarmate de studie vordert, nemen de contacturen af en de stage-uren toe. Een collegeweek bij Lichamelijke Opvoeding is altijd afwisselend: het ene moment zit je in de collegebanken om meer over theorie te leren, het andere moment volg je praktijkactiviteiten die zowel in- als outdoor plaatsvinden of ga je op kamp.

Studiebegeleiding en jouw studieloopbaan als LO'er

Twee studenten van de Lerarenopleiding Lichamelijke opvoeding in sportzaalWaar ben je goed in en waar minder? Hoe ben je in een groep en waarom volg je deze studie? Begeleiding biedt inzicht in jezelf en je motieven. Je leert wat bij je past en waar je interesse ligt. Dit geldt ook voor je eigen leren en bewegen: leer je graag door middel van instructie of experimenteer je liever zelf? Je volgt lessen in kleinschalige groepen. Tijdens begeleidingsuren kun je bij je begeleider terecht om je studieloopbaan te bespreken. Hij helpt je bij het maken van keuzes en je kunt met hem overleggen als je even vastloopt.

Internationale focus

De drie sport- en beweegopleidingen van Windesheim (Calo) staan internationaal hoog aangeschreven. Tijdens de Lerarenopleiding Lichamelijke Opvoeding kun je dan ook naar het buitenland om ervaring op te doen, bijvoorbeeld door de minor Sport, therapy for empowerment te volgen. De Calo maakt deel uit van een Europees netwerk van universiteiten op het vlak van gedragsbeïnvloeding en bewegen met contacten in alle werelddelen: van Europa tot Afrika, van Canada tot de Antilliaanse eilanden.   

Ruimte voor ambitie

Leraren lichamelijke opvoeding in spe kunnen gebruikmaken van goede sportvoorzieningenWij willen − net als (top)sporters − op het vlak van onderwijs naar de top reiken. Als je voor de Lerarenopleiding Lichamelijke Opvoeding kiest, kies je voor een studie waarin je de ruimte krijgt je talenten te ontplooien. Op de Campus vind je veel faciliteiten, zoals drie zwembaden, sportzalen, klimwand en sportterrein en je krijgt les van een betrokken team, ondersteund door een kenniscentrum dat zich richt op sport-, spel- en beweegonderzoek.

Visie en kwaliteit

De Lerarenopleiding Lichamelijke Opvoeding verzorgt onderwijs vanuit een visie op bewegen en beïnvloeding van bewegingsgedrag in onderwijs, die ervan uitgaat dat allen participeren in bewegingsactiviteiten: of iemand nu topfit is of een fysieke beperking heeft, doel is leerlingen bewegend (beter) tot hun recht te laten komen. De opleiding heeft een eigen Werkveld Advies Commissie die zorgt voor de aansluiting tussen opleiding en werkveld.

De volgende personen zitten in de commissie:

- Berend Brouwer, Stichting Leerplanontwikkeling Nederland
- Hilde Bax, Hogeschool van Amsterdam
- Edward Beitler, Koningin Emmaschool in Amersfoort
- Bart van den Bosch, Landstede Groep en Bart van den Bosch Consultancy
- Gerie ten Brinke, Christelijk College Nassau-Veluwe
- Annemieke Pepping-Poot, CIOS Nederland en Wegenssuc6verlengd
- Eric Swinkels, Twickel College in Hengelo en Stichting Leerplanontwikkeling Nederland
- Simone de Vries, Stichting SchOOL Lelystad en Gezonde School
- René de Waard, Koninklijke Scholengemeenschap in Apeldoorn