De casuïstiekopdracht maakt deel uit van een grote, geïntegreerde SLB-2-opdracht voor het derde studiejaar, waarin de student moet laten zien dat hij/zij in staat is een 'eenvoudig begeleidingstraject' uit te voeren. Deze opdracht is richtinggevend voor de student (en stagebegeleider) voor wat betreft de beroepstaken die de student aan het einde van het derde jaar moet kunnen uitvoeren.
Stagebegeleider ondertekent bewijslast
De student werkt voornamelijk op stage, maar ook binnen de opleiding aan deze opdracht. En zal hiervoor 'bewijslast' moeten verzamelen voor in zijn/haar portfolio. De student gaat u daarvoor benaderen of u de door hem gemaakt 'bewijslast' van (delen van) deze opdracht wilt ondertekenen. De vraag aan u is dan of u kunt instaan voor het feit dat die (deel)opdracht, binnen uw stagecontext, op voldoende niveau is uitgevoerd. En of de student hier 'waarheidsgetrouw' verslag van heeft gedaan. Ook op de opleiding kunnen (delen van) de opdracht door opleidingsdocenten afgetekend en beoordeeld worden.
Student is regisseur van eigen leertraject
De opleiding krijgt door de producten uit deze SLB-2-opdracht meer gelijkvormig materiaal om de beroepsontwikkeling van studenten bij het assessment aan het einde van het derde jaar, te kunnen beoordelen. De student is zelf regisseur van zijn leertraject en kiest dus zelf hoe en waar hij aan zijn SLB-2-opdracht werkt. U kunt hem mogelijk wel helpen door naar (deel)producten van deze opdracht te vragen. Stagebegeleiders en docenten zijn dus samen beoordelaars van deze SLB-2-opdracht c.q. van het niveau van de competentieontwikkeling van de student.